start rijmen vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

(2)
actualiteit (20)
adel (2)
afscheid (90)
algemeen (45)
bedankt (2)
biologie (9)
dieren (124)
discriminatie (1)
drank (9)
economie (5)
eenzaamheid (131)
emoties (423)
erotiek (23)
ex-liefde (76)
familie (43)
feest (27)
film (5)
filosofie (122)
fotografie (12)
geboorte (14)
geld (3)
geweld (17)
haiku (14)
heelal (29)
hobby (10)
humor (99)
huwelijk (27)
idool (8)
individu (218)
jaargetijden (127)
kerstmis (25)
kinderen (109)
koningshuis (4)
kunst (40)
landschap (52)
lichaam (76)
liefde (349)
lightverse (61)
limerick (1)
literatuur (96)
maatschappij (122)
mannen (13)
media (1)
milieu (9)
misdaad (10)
moederdag (4)
moraal (19)
muziek (42)
mystiek (6)
natuur (224)
oorlog (70)
ouders (85)
overig (34)
overlijden (106)
partner (36)
pesten (3)
planten (12)
poesiealbum (2)
politiek (11)
psychologie (41)
rampen (6)
reizen (73)
religie (54)
schilderkunst (17)
school (20)
sinterklaas (2)
sms (2)
snelsonnet (17)
songtekst (4)
spijt (15)
sport (29)
taal (61)
tijd (147)
toneel (12)
vakantie (11)
valentijn (3)
verdriet (47)
verhuizen (4)
verjaardag (10)
verkeer (15)
voedsel (19)
vriendschap (37)
vrijheid (57)
vrouwen (30)
welzijn (29)
wereld (62)
werk (37)
wetenschap (16)
woede (12)
woonoord (112)
ziekte (27)

tabblad: gedichten

< vorige | alles | volgende >

gedicht (nr. 578):

MOEDER

Mijn moederke, ik kan het niet verkroppen
dat gij gekromd, verdroogd zijt en versleten,
zoals een pop waarin een hart zou kloppen,
door 't volk bij 't heengaan in een huis vergeten.

Ik zie uw knoken door uw kaken steken
en diep uw ogen in het hoofd gedrongen.
En ik ben gans ontroerd en kan niet spreken,
wanneer gij zegt 'kom zit aan tafel jongen'.

Ik hoor u 's avonds aan de muren vragen
of gij de vensters wel hebt toegesloten.
Gij kunt de mist niet uit uw hersens jagen.
Uw lied is uit, gij kreunt de laatste noten.

Daar in de verte wordt een put gegraven;
ik hoor zo goed het ploffen van de kluiten.
En achter 't huis zie ik een schimme draven:
hij staat waarachtig reeds op haar te fluiten.

- Kom in, Mijnheer, ik stel u voor aan Moeder.
- Vrees niets, kindlief, al heeft hij naakte benen:
hij is een vriend, een goede vriend, een broeder:
hij is niet ruw, hij wandelt op de tenen.

Tot weerziens dan. Ik kom vannacht of morgen.
Gij kunt gerust een onze-vader lezen,
en zet uw muts wat recht. Hij zal wel zorgen
dat gij geen kou vat en tevree zult wezen.

----------------------------------------
uit: 'Verzen van vroeger' (1934)

Schrijver: Willem Elsschot
Inzender: O.M., 15-02-2003



balBiografie van deze schrijver





Geplaatst in de categorie: ouders

Zoek naar vergelijkbare inzendingen


Deze inzending is 43822 keer bekeken

2/5 sterren met 108 stemmen.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)