Onder de avondzon
gloeit haar naam na
Tussen klokslag en lantaarns
brandt een klein, eigenzinnig licht,
geen schijnwerper
maar een lampje dat je opmerkt
als je even stil durft staan.
Ans heette dat licht.
Ze keek je aan
alsof je meer was dan papier,
meer dan cijfers in een rij.…
verloren gelopen in m’n gedachten..het dreef mij tot wanhoop
ik zag de zon niet meer
verblind door eigenzinnigheid
ik zocht een uitweg in een doofhof die ik zelf had gecreëerd
maar vond het niet
mist omringde me en deed me huiveren
daar stond dood
te wachten
vluchtend rende ik doelloos
struikelend over m’n gedachten
joeg ik mezelf de dieperik…