Mijn vad'ren staken blakerende brand
Rondom het gillen van jouw vad'ren aan.
In wroeging schuldloos zie 'k hen krimpend staan,
Gevlucht aan valse ketting naar de rand
Van 't vretend vuur; en 'k hoor de marteltand
Door sissend vlees en knappend mergbot gaan,
En de ijz'ge hitte voel ik waaiend slaan
Om blind gezicht en klauwgebaar van hand…
I
In dons van wolkjes glijdt ginds
De zilveren sikkel der maan;
Die schijnt een gondel, een bootje,
Dat vaart op de blauwende baan.
De wolkjes schijnen de golven,
Witgekuifd, met luchtende tint,
En de sterren zijn zo schone leliën
Als niemand op aarde vindt.
Was die gondel mijn levensbootje,
Ik nam je, mijn lieve, er in mee…
Daar waren eens zeven kikkertjes
Al in een groene sloot,
Toen kwam er een boer op klompen aan -
En die trapte ze allemaal dood.
Daar waren eens drie studentjes
Drie vrienden in lust en in nood;
Ze sprongen zoo moedig de wereld in,
En de wereld — trapte ze dood.
Lief meisken met blonde lokken,
Met een kolk van gevoel in den blik,
Ai gun…