Een sticker op
je voorhoofd, lief
als brandmerk van
een dolle hond
Het hoogst gevoerde
woord verbeeld
van wie er even
om je gaf
Laat Nieuwjaar
zonder voornemens -
voor dood ligt
ieder godsbesef
Neem eerst een
droge cider nog
en morgen start
eenzelfde jaar…
er zitten hoeken
in de klanken van de gong
het tellen is begonnen
de gezichten zijn nog jong
ogen knipperen niet eens
ze incasseren ongevraagd
de dreunende geluiden
die het discodansen vraagt
blikken star gericht
op verten die oneindig lijken
rook verdampt het beetje zicht
laserlicht om uit te kijken
woorden rappen zonder adem…
Niet dreigen lief
dat staat je niet
Zoek niet naar
mijn zwakke plek
je mooie ogen
dwingen niet
maar droom je
door de hele dag
Gedraag je in
je slaap vannacht
en knipper als
je wakker wordt…
Misschien is alles wel ontstaan
uit de spontane huppeldans
van iemand die ongewild op
een doorn had getrapt. Of,
wie weet, was de eerste dans
een vorm van gebed, om aandacht
van een hogere macht, nog voor
de mens de spraak had bedacht
en volgde muziek uit het stampen
met de gezonde voet.
Zeker is dat jij in mijn armen
een Argentijnse…
Als vinger in een goudgloedring
Vol glinsterpracht, en spiegelglans
Als glasgeblazen onzinmuiltjes
Verloren na de eerste dans
Als warmend licht van druipsteenkaars
Vol kleurenspel en vonkelwakker
Als goedbedoelde pogingwoorden
Vermoord door deze rijmingsstakker
Zo nutteloos de gloed te vangen
Nog zinlozer de dans te herhalen
Want wakker…
De zon en de maan,
niet te vergelijken maar toch één
Een appel en een peer,
niet te vergelijken maar toch één
Een hond en een kat,
niet te vergelijken maar toch één
Een tulp en een narcis,
niet te vergelijken maar toch één
Jij en ik,
niet te vergelijken maar toch één.…
De pijn is groter dan de dagen
die ik steeds weer beleven moet
genadeloos verplicht te dragen
wat ongevraagd de leegte voedt
Geluiden uit een stil verleden
schreeuwen om een tweede kans
verlopen vlekken op het heden
geven illusie nog meer glans
Geheelde wonden scheurden open
toen mijn allerengste dromen
gehuld in schijn naar binnen slopen…
ik leg mijn hand
op je warme voorhoofd
doe je ogen dicht
ik zit naast je
en denk aan je
we schuilden samen
voor de regen
in het portiek
van een flatgebouw
je hoestte
je was doornat
slaap nu
het leven klopt
zacht onder je huid…