In de bladen van een roosje
Vindt gij, o mijn zoete Troosje,
Kleene gift. Waar' zij zo groot
Als de gunst, te kleen een doosje
Waar' de ganse wereldkloot.…
Aan mijn moeder
Wie toch is er op deze aarde die meer recht heeft op mijn dank?
Wie behoort mijn eerst gevoelen en mijn eerste citerklank?
Wie toch zal mij niet versmaden, noch de wrevel in zich voên,
schoon ik van ontelbre schatten
slechts een penning af kan doen?
Wie dan gij, mijn lieve moeder! heeft meer schuldbewijs op mij?
Maar…
Uw koele handen aan mijn voorhoofd, alle
Gedachten die nooit moe van waken branden
Bij dag en nacht, zijn kalm in slaap gevallen.
Vanwaar de tover toch dier trouwe handen?
1k weet dat wind, wen hij de aromen woelt
Uit bloem en voor der vochte zomerlanden
En zo doorgeurd, 't ontblote voorhoofd koelt,
Met minder leniging die klamheid…
En alle dagen zijn gelijk de bloemen,
Die elke morgen weder open gaan,
Ik zal niet moede worden u te roemen,
Voor alles wat gij voor mij hebt gedaan.
O gij, uw trouw is wel uw schoonste deugd,
Gij hebt u over mij steeds ontfermd.
Mij eindelijk opgevoerd tot deze vreugd,
Mij, die zolang in weedom heb gekermd.
Nu zijn wij vreugdenrijk, gelijk…
Er was rouwe op het huis,
Er was rouwe in de kluis,
Toen de Heer ons gebed had verworpen;
Want zo lang als hij leed,
Ging een biddende kreet
Als een offerand op uit de dorpen.
Toen de doodsmare kwam,
Zie, mijn wangen zijn stram,
Maar ik schreide als het kind van mijn kindren!
In der schamelen nood…