voeg je poëzie toe

Poëzie over toneel

5 resultaten.

Sorteren op:

KOFFIEHUIS

poëzie
4.5 met 13 stemmen aantal keer bekeken 5.572
Razend. Gedwarrel van stemmen, tot éen geraas vergroeid. Hoge klarinetklanken. Saxofoon-geluiden en wat rest daar tussen: geweldig koperen orkest. De buffetjuffrouw dromend. Heimwee of verlangen? Alles is hier een open raadsel. De oplossing echter vindt geen. Zacht autoritair de waard. Symbool van toekomst en verleen. En…

Music-Hall 3

poëzie
3.6 met 17 stemmen aantal keer bekeken 4.311
Maar Plotseling Bont en klaar Schijnen de lampen en stralen Over de zaal Hun schitterende, schetterende praal Terwijl 't orkest, Kranig en vast Naar 't einde rennend, Een razende dans inzet. Zó is de verlossing Uit d'onzekere stemming, Gouden verlichting Te allen kant. Kennissen drukken elkaar de hand, Damen knikken charmant, Een…

Schouwburg-rijmen

poëzie
3.0 met 19 stemmen aantal keer bekeken 6.891
Aº 1637 I. (OPSCHRIFT VAN BUITEN) De wereld is een schouwtoneel, Elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel. II. Geen kind de schouwburg lastig zij, Tabakspijp, bierkan, snoeperij, Noch generlei baldadigheid; Wie anders doet, wordt uitgeleid. III. Toneelspel kwam in ’t licht tot leerzaam tijdverdrijf, Het wijkt geen ander spel noch koninklijke…

Een koud vermoeden rilt mij door het brein

poëzie
2.6 met 16 stemmen aantal keer bekeken 2.417
Een koud vermoeden rilt mij door het brein: Ik zie mijzelf en weet thans wie ik ben: Ik ben Erinring van veel boeken en Een Macht, waarmee 'k mijzelf en al mijn zijn, Gedachte en daad, gelijk maak aan de schijn, Die 'k daarin schoonst vond: - onbewust gewen Ik me aan dat artiest zijn; - soms zelfs ken 'k Mijn schijn, die groot is, niet van…

OP HET TONEELSPEL

poëzie
5.0 met 1 stemmen aantal keer bekeken 2.176
Wie ’t menslijk leven in het klein wil na zien maken, Vermaak in leugens schept, en ongemeende zaken Wil horen uit de mond van een, die, slechts in schijn , Een Held, een Vorst, een Boer en al te zaam kan zijn; Wie zulk bedrog bemint dat lachend ons doet wenen‚ En wenend heimlijk lacht, daar‘t onheil ras verdwenen En heel vergeten is, wijl…