‘k Heb geen excuus -en in zijn stem klonk spijt-
Ik miste wel de Jumbo’s om mij heen
Ik mis nog meer, dacht ik, ‘k ben zo alleen
en plots wist ik: ik ben mijn benen kwijt!
Ik dacht nog snel: ’t is wel een handicap
dat ik juist nu de benen niet meer heb…
Waar zijn de namen van weleer gebleven,
Van Janssen, Anquetil, Hinault en Merckx?
Zij straalden elk iets moedigs uit, iets sterks,
Toen werd er nog geschiedenis geschreven!
De wielerheld van nu oogt wat fragiel,
Met een gezicht dat lijkt op Playmobil.…
Pogacar valt stil als een motor zonder vonk.
Achter hem de sprinters — hongerig, te laat,
rekenend op benen die nooit voor dít gebouwd zijn.
Voor hen: één man, alleen,
vechtend met zijn lijf
om nog niet, nog héél even niet,
te bezwijken.
Geen wind houdt hem tegen.
Geen stad haalt hem in.…