Doe geen suiker
Bij de honing,
Ze is zo
Al zoet genoeg -
Wat nijvere bijen
In alle eenvoud maakten
Moet door de mens niet
Nog eens dunnetjes worden overgedaan,
Wat de bijen maakten
Is immers zoet genoeg
Is immers goed genoeg…
nog zijn de
glazen halfvol
en geheven
glinsteren ze
kleine bijna
tranende ogen
dit is pas leven
spatten bubbels
hun spetterend
bestaan na
vele malen
in prosit omhoog
en snel omlaag
te zijn gegaan
de voornemens
zijn weer goed en
met een wankele
toch wat onvaste
voet tussen de deur
neemt wind hun
dank en laatste groet
licht…
Zij laat zich andermaal afleiden
door wapperende vaandels
door monsterlijke vergezichten
en elke zinderende zinsconstructie
alsof zij schier tot wanhoop wordt gedreven
door overspoelende trouvailles, misleid
door dubbelzinnigheden op dat terras
wat zich verhult achter een mèr-à-boire
Ein Prosit auf das Meer
waar ook de schor geschreeuwde…