Woeste golven slaan over de kop van de
havenpier, zijn fraaie kostuum is reeds
doorweekt van ‘t zeewater. Hij is een
vreemdeling, duidelijk niet van hier.
Zijn hoofd wat gebogen, de ogen betraand,
handen omhoog geheven.
Alsof hij hulp van boven aanroept voor
zijn daad, terwijl zijn lichaam staat te beven.
Nog eenmaal slaat een schuimende…
Ik had het idee dat die dingen haar als betonblokken aan de aarde klonken. Loodzwaar. De gedachte dat ze ze gestolen kon hebben, verwierp ik meteen. Ze keek schichtig vanonder haar pieken van links naar rechts beneden haar. Ze keek niemand aan. Vroeg niet om geld, niet om eten. Hooguit om warmte. "Laat mij erin", hoorde ik in mezelf.…