ik lik een hangende
druppel weg onderaan
een jong kastanjeblad
trots op zijn vijf vingers
toont hij mij de bloeiende
kaarsen zwaar geurend
overhangend van
sijpelend hemelwater
een natte hommel
doet zoemend zijn werk
ik lik mijn lippen
probeer de geur te vangen
die verlangen
in mij wakker roept
ruik ik dat achter jouw oren
dan raak…
Twee zwanen in sloot
gracieus zwemmend achter elkaar
rietstengels flankeren hun wit
Veel wind,
geen leven lijkt er op straat
Kraai tollend in lucht,
drie andere rollenbollen er aan
Oranje besjes aan vuurdoorn
Bruin kastanjeblad hangt droog
De bruinzachte naaldjes
van cipres als willen ze strelen
Ik hoor iets en kijk,
zie aan…