Lauwe lentebries verwarmt mijn gezicht,
Wangen die gloeien gaan van zoveel buitenzijn
Waddengolfjes die kabbelend
Tegen de zeedijk van onze late jeugd
Zachtjes hoorbaar in stukjes slaan;
De grilk die stiekem met ons meeloopt
Onderaan de dijk, en wel goed uitkijkt
Dat hij niet te dicht bij ons komt,
Maar die ons ook voor geen goud…
We staan in Lauwersoog
de motor uit
en luisteren naar de stilte.
Links ligt de boot
die straks naar Schier zal gaan,
rechts de verlichte havenpanden,
achter het glas
twee visetende mannen.
Wind buldert vlaggen strak,
het wijde water golft.…
THOMAS AN DIEK
Thomas liep over de zeedijk bij Lauwersoog. Zijn moeder had hem in de haven uitgezwaaid en hij had vaders zakmesje bij zich. Hij was enigszins bezorgd want het weerbericht had het over onweersbuien gehad. De lucht was nu betrokken en vochtig en het waaide niet en het was opmerkelijk stil.…
NUVER POESTJE WIEND AN DIEK
Voordat Thomas Haar tegenkwam bij de dijk van Lauwersoog en in haar ogen keek en de zon en de sterren zag stralen was er al heel wat werk aan vooraf gegaan. Hij zag haar terwijl hij op de dijk liep waar de weerman van de locale zender altijd over sprak met een “nuver poestje wiend an diek”.…