Heb ik je ooit verteld
over de oeverzwaluw
die koketterend scheerde
langs flanken van de wind
waarop ik wankelend
balanceerde
en met gesloten ogen
ver voorbij verlangen greep
om net als de zwaluw
terug te keren
naar het vertrouwde nest…
door de sponning
van het raster
rantsoeneren, het gelijk stevent af
op theater en marktkramen, de ontstemden
eten honing en ik kalk mijn fantasieën
op de draagmuren van de polder
in mindering gebracht zijn kwelders de
horigen, het begraasde land van eeuwig vrucht
en druppelend rijp waar de zon zich hecht
aan het nakend refrein van oeverzwaluw…
oeverzwaluwen zwieren
natuurlijk
laag over het water
de lepelaar waant zich
een ware Jezus
met zijn poten diep in de drab
een uitstrekkende zwaan kijkt toe
hoe ik hier rondstap
langs rietsigaren onder de rook
van de mens en talloze
boterbloempjes voor mijn neus
gedrapeerd
een meidoorn weer
en rollend door de klavertjes
zie ik…