de mens wordt niet zomaar
groen geboren met een
paar armen en brekebenen
soms heeft hij `t land
of ploetert in de vijver
schoolslag vlinderslag
zift mugjes uit de lucht
of kwaakt maar iets raak
ergens onder de zon
op een plompenblad…
O, plompenblad, bies, bloemen!
Gij spiegels van mijn zielsverdriet,
Van al wat ’t leven bitters biedt
En wat men zelden duidlijk ziet;
Gevoelens waar men vol van schiet;
De wondere dingen, die men niet
Kan noemen!…
te dromen
dichtbij het licht
rond de oude linden
de tierige aarde vinden
zo nabij blozen
met de slingerrozen
rond de open poort
in het zomerhuis wonen
waar het zorgeloze kind
uit een bloeiend hart
liedjes schommelt
van fijnbesnaarde tonen
blijvend dromen
dichtbij het water
rond de kring van druppels
de spiegeling op het plompenblad…
De avond heeft de ontroerde golven
Zacht in sluimering gekust.
’t Windje doet geen rietpluim wiegelen;
Plompenblad noch roos weerspiegelen
Zich in ’t meer, dat zwijgt en rust.
Maar op eens - de wateren zwellen,
Hoe ze golven, meer en meer !…
alle leven zich verzwijgt, maar
alles leeft,
alles bruist,
in elk vlekje huist het onbesuisde
leven, de natuur. die
mijn bevroeden overstijgt
beeld van stilte,
geest van leven,
onverzoend, tot een late zwarte stip
zich losmaakt uit een verre
uithoek van mijn blik
schijnbaar doelloos
zoekt een kleine zwarte meerkoet
tussen plompenblad…