je tuin houdt me verborgen
tussen onkruid en wildgroei
een schaduwkind
snakkend naar licht
onder geamputeerde bomen
afgemaaid gras
groei ik gehaast
wil het leven inhalen
ademloos…
Het bewustzijn gespleten,
tweemaal nu
En tweemaal gisteren, vannacht
Ik wachtte op het schaduwkind
Vertrapte stenen, wilde dingen
Geluiden van een schaterlach
Maar dan, een blinde spiegelwand
Die lijn bewoog oneindig
Moro deed mee, die schreeuwt en lacht:
De zon blijft eeuwig schijnen!
En ik,
ik denk aan jou vannacht…
zout waren in je hoofd gevangen;
zo oud de angst in alles en adem
mijn vingers volgden de stemmen van zand,
ook je huid uit glas geblazen
je keek in woorden
en donkere dagen
zag het meisje van eb en vloed
waarom, vroeg je
laat je me niet gaan
het buitenlicht
en de duizend monden van het water
gaven mijn antwoord
aan het schaduwkind…