Ik weet niet waarover het ging, dat gesprek
tussen man en vrouw al kibbelend over straat.
“Als ik niets zeg, wil je het horen, als ik het zeg
wil je niet luisteren”, zei ze luid en nogal kwaad.
Zijn antwoord ging helaas verloren, ze kozen een
andere weg.
Maar de opmaat wist me te raken
vooral de toon waarop het werd gezegd.…
Weer gaat de wereld als een meisjeskamer open
het straatgebeuren zeilt met witte verten aan
arbeiders bouwen met aluinen handen aan
een raamloos huis van trappen en piano’s.…
Het straatgebeuren ligt volledig lam,
slechts een enkele bouwvakker hoor je fluiten.
Populieren en vogels verbazen zich:
lege pleinen - waar blijven de mensen?
De hemel is zo ver je kijkt
ontdaan van elk vliegtuigje.
Men ziet de ernst in van een lockdown.
Anders valt dit virus niet te temmen.
Ik draag een mondkap - wat een plaag...…
Weer gaat de wereld als een meisjeskamer open
het straatgebeuren zeilt uit witte verten aan
arbeiders bouwen met aluinen handen aan
een raamloos huis van trappen en piano's.…
Ik was een paar dagen van de leg
uit mijn vingers geen schrijverij
obstinaat en bedroefd over uitwassen
van de World Pride in het vervuilde Amsterdam
want de straten kunnen we niet schoonhouden
en onderdelen schieten mijn inziens het doel voorbij
doel: bemoei je niet met de seksualiteit van anderen
en ook niet met hoe iemand zich kleedt…