blik op oneindig
en verstand op nul
zwerf ik doelloos
langs de vluchtlijn
naar de einder:
lusteloze grens
tussen grijze lucht
en braakland
in het zand
verwaait mijn spoor
in de verte
is de laatste luchtspiegeling
reeds verzwonden
tot leegte…
mijn bloed vloeit kloppend
in de ongestelde vragen
ik laat de wilde vogel
van mijn onbezonnen zinnen los
tussen de vluchtlijnen
van gebaren en gedachten
een onzichtbaar raadsel
op een onverwachte weg
de oplossing verdringt zich naar later
zelfs zij volgt haar eigen weg…
soms is iemand
zij hij of allebei
dier mens of allebei
meer geschikt om
in het nest te blijven
kan iemand het niet
achter zich laten
blijft iemand
prematuur tot
het einde
zelfs als er
niemand blijft
blijft iemand
hulpeloos achter
in het verlaten nest
een gemankeerd
kwetsbaar wezen
dat geen vluchtlijn
vinden kan
soms blijft…