inloggen

Alle inzendingen over LAIS

46 resultaten.
Sorteren op:

LAIS CLXXI

netgedicht
5,0 met 2 stemmen 60
Het wou alleen LAIS die het bemint, want dat is sluitsteen voor het duister van zijn wil, voltooiend niets en van het niets de schil. Haar blik verbrandt het, haar lijf is vuur, haar lach is gong en slaat zijn laatste uur. Tijd is sluier waarin zij slinks verdwijnt.…

LAIS CXC

netgedicht
3,0 met 2 stemmen 36
Het voelt haar nu, het helse dat ze is: der minne eenvoud heet gewoon LAIS. In het licht laat zij zich nooit bekijken, in het duister waar gevoel gevoelen stemt, geeft zij het kracht om het in haar ijken.…

LAIS CCXIII

netgedicht
4,0 met 1 stemmen 15
Het heeft LAIS beroerd, in aarzeling. Het zag de woestenij, begreep het ding dat in haar leven altijd geeft haar zin voor de vernietiging. Ontreddering is het, maar zij is blij en tinteling.…

de dag is gekomen

netgedicht
2,0 met 1 stemmen 385
Ne laisse pas l’obscurité te freiner Parce que l’espoir renaît toujours Le jour est venu où ma voix s’éteint Parce que la corde de la mort étouffe les mots Ne laisse pas le silence te déranger Mais écoute l’écho de l’autre rive Le jour est venu où je ne peux plus être Où et chez qui je souhaite Laisse le sel de tes larmes Devenir paisiblement…

LAIS CCVII

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 9
LAIS, in zwart herboren schittering, is git, haar lijf en lach negeert het licht: het zijn is haar te min, belediging van hoe het haar tot leesbaarheid verdicht, virus in de waan van recht, schap en plicht.…

LAIS CCXI

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 12
Maar handen maken weer begin van haar: LAIS verrijst, het buigt diep en ’t staart maar, het wordt aan riemen in’t galei geketend. O maan: op nachtzee deint het git van haar. ’t Wil verdrinken in haar die zich ontkent.…

LAIS CLXXXVI

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 17
Elk ogenblik in de geschiedenis wordt één met wat het heden overkomt. Zijn woord was voor haar lijf gevangenis. Het schrijft wat het voelt, haar stilte is mond, zijn tong is siddering in haar gekromd. Het heeft de kroon met doornen afgedaan en zwart zijn hoofd bloedt uit in haar bestaan. ’t Malen der motoren heeft het afgezet het zweeft en glijdt…

LAIS CXCVI

netgedicht
3,0 met 2 stemmen 22
Nodig heeft het niet haar lief te hebben in de roes van haar afwezigheid. Het wordt een zee die niet wil ebben, strandt bevroren in een karst van de tijd, bevrijd van licht en zonder helderheid. Het staat vernietigd in haar zwarte vuur, het kent geen waar meer, wat of om welk uur, want niets vangt er nog als gebeuren aan. Haar voelen is moment…

LAIS CCI

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 28
In de vergeten warmte van de hand, in ’t strelen van gebrek aan tastbaarheid, in ’t grijze vlak waar het is aanbeland, klinkt luide slechts de slagzin van de tijd. Elk ogenblik wordt galm van eeuwigheid, signaal dat rot in rot meer rot verzendt. Het hoefde niets want niets was het bekend, maar in het zwart verscheen fataal de lach. De hemel…

LAIS CCVIII

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 21
Zij zien de kinderen die joelen op kraaiende peuters, hun roodhuidenkeel opengesperd en de oudjes steunend op bouwval. “O weet je nog het zandkasteel toekomst” zegt zij, en hij: ”er zijn te veel ratten”. Hij bibbert en slijmt. Te hevig de zomer komt klaar, zon angelt stevig in ’t Avondland zijn gif van de hitte. De wet bliksemt neer. “Maskeer…

LAIS CCXVII

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 4
Er is iets in het geweten dat niet geweten is. Zo kent het niet de grond waarop het zich bij deernis achterliet. Maar waarheid is een al te makke hond, met wilde dieren loopt het liever rond. Het weet zich met de lezers aangedaan zonder hen was het niets, niet eens bestaan. Maar ’t vraagt nu het echte, de naakte huid, en ’t levend woord wordt…

LAIS CLXX

netgedicht
4,5 met 4 stemmen 169
Nu in duizend ongedane daden in klaarte oplicht al geheel het pad met de uitgesponnen levensdraden en niets nog wijst naar vrijheid die het had verborgen in het draaien van het rad, nu het haar licht als git ontvangen heeft en er geen hoop meer in zijn duister leeft, nu feit de nood opheft aan menig woord, nu rust de spin gevangen in haar web…

LAIS CLXIX

netgedicht
3,0 met 2 stemmen 35
Op het eindpunt van haar stralen, waar tijd de mens verlaat, aan het raakpunt van haar schijnen waar ’t menselijk betrachten zwicht, in loden stilte achter hemels klaar: de gouden lichtval in heur ochtendhaar. Haar ogen wijken niet, haar lach klinkt klaar, haar hand herhaalt het denken als gebaar, het haar omkranst haar woordeloos gebaar en…

LAIS CLXXIV

netgedicht
3,0 met 4 stemmen 121
Motten die elkander open wrijven, als harde diamanten in de nacht: sterrenstof bekleedt de tere lijven bij hun labeur dat niets van hier verwacht maar van het duister wil de pure pracht. Zij, als nacht zo nodeloos geboren, zwart op zwart en in dat zwart verloren, zijn licht dat om zichzelf verlegen zit te bidden dat het duister hen verhore…

LAIS CLXXVI

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 10
Toen het had haar stem gehoord die avond die de dag aan duisternis deed klinken, was er geen klank die zijn gehoor nog vond want het hoorde zich in haar weerklinken: vernietiging die in haar bezinken zou, bloed met git verbinden, eindstand met de dagen, en nacht met elke hand. Want het had geboorte zien gebeuren, zwarte kern van de immense brand…

LAIS CLXXVIII

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 49
Elk lijf is een lijn, ’t frêle huiveren van de pen in de leegte die wij zijn. Handen willen de handen zuiveren, armen de armen ontdoen van de pijn, maar de lijnen blijven altijd te fijn, en het lijf onthoudt niet haar zaligheid. Het draagt zich voor: onthouden lelijkheid en schrijft alsof het sterren doet ontstaan, maar waar zij het in het…

LAIS CLXXIX

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 15
Er is teveel. Het schakelt storing uit: knipt in de lichtenwalm tot het ziet haar zwart verschijnen dat verteert. Het sluit wanklank uit, want walg verstoort het lied. Het hoort zijn stem die zegt wat zij gebiedt. Het is met haar voldaan. Het kent maar kraakt haar erecode niet. Het wacht. Tijd maakt altijd einde aan bezweren van kwaad. Het…

LAIS CCXXXI

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 32
Zij sterft daadwerkelijk bij dageraad als weerschijn die de ganse nacht optilt, een rode sluier die in ’t wit vergaat Aurora die het wildste hart verstilt. Het ziet zijn lusten die haar schoonheid schilt, als licht dat wreed door tijd en ruimte gaat en liefde is nu, ver van ieders haat, hoe zij ontbreken, in en aan elkaar: verzegeld wordt het…

LAIS CLXXXII

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 20
Geen christenhond zal haar nog schamen ooit geen moslimrat haar met schuld belagen want nu verschuift niet meer van toen naar nooit, want het zal met schrijven taal verslagen. Zij zal geen rouw meer hoeven dragen, zij is als git in het, als hel in haar. ‘Zie’, zegt het, ‘hoe sterk ik het verbouw: elk woord van het wordt recht en vast en echt…

LAIS CCIV

netgedicht
4,7 met 3 stemmen 35
Diep in het zwarte hart van Vlaanderen op een bed van maden en rottend vlees ligt de haat bij de nijd te zinderen, genietend van pijn en van spijt. Zwoel, hees, de Vlaming likt des Vlamings holtes. ’t Vlees rot, de wet maskeert de identiteit. Maar zie hoe fors de nijd de haat nog splijt! Eilaas! ’t Zicht moet nu snel onder het slijm: Dank, vrolijke…

LAIS CLXXXIII

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 20
De vrede is de vrede die in haar berust, en daar, aan randen van zichzelf zichzelf herkent, ontroering brengt, gebaar is, als van liefde. Zij vormt daarmee gewelf waar ieder schuilen kan, en ook zij zelf. Zij heeft in ons verdriet verdriet vergaard en pijn met pijn als harde steen verzwaard. Het heeft zichzelf in haar bestaan herkend en zijn…

LAIS CLXXXIV

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 36
Als een baken boven zwarte meren staat in zijn oogwenk pal de scheve klok die geen stonde nog de hel wil weren uit de krappe vrede van zijn dichtershok. Die elke schreeuw van pijn verguist tot tok, die maalt met tijd de leugens van zijn vrouw en breekt en braakt en voert zijn eed van trouw. Het bouwt gestaag zijn geile kathedraal, en mengt zijn…

LAIS CLXXXV

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 14
Zijn adem wordt haar adem zonder kus. Zijn lichaam wordt haar lichaam bij haar zucht. Het wordt in haar een niets, een lege lus van tijd in tijd en het verschuift in lucht, vermengt de zon met git tot wolkenvlucht: “laat ons in elkaar verweven zweven, laat ons in elkaar elkaar beleven. Jouw adem met mijn adem in een lus, jij zucht, ik word uit…

LAIS CLXXXVII

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 12
Het legt het eigen rot aan banden, schat de tijd rijp voor schoon schip en spoelt het slijk. Het drukt het mormel van ’t humane plat en legt het aan ’t infuus van haar gelijk: haar gebeuren is doorvoeld, maakt het rijk en laat ervaren al wat verscholen is onder nijdige slijm, onder de ergernis die aan de echte stem geen klank meer laat. ‘Versuiker…

LAIS CLXXXVIII

netgedicht
4,3 met 3 stemmen 40
Niets zal nooit hun zoenen evenaren, zij hebben dat bereikt waar ruimte tijd en tijd weer ruimte wordt. Hun gebaren in de stilstand stremmen zonder spijt om hun bewegen, vroeger bron van nijd. Strijkt het haar lichaam aan, zijn woord wordt glas: het ziet wat komt, wat is, en wat er was. Het jaagt zich uit de verzen die het maakt en 't leeft…

LAIS CLXXXIX

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 17
Het is weer donker dus het stoot zich om. Glasbreuk bewijst de naaktheid van voeten. ’t Is weer wakker en het weet niet waarom: wie vindt er nog lering in het moeten? Is ’t niet genoeg? Wie moet er nog boeten? ’t Wordt met wroeging bij de keel gewrongen. In hun dromen is er ingedrongen en eist er liefde op die niemand kent. Angst begreep hen…

LAIS CXCI

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 21
De steden die de heren beheren, zijn steden die de heren verteren, en de dames die de heren vereren gaan als letters met elkaar verzweren: het krast en het kraakt in ’t vuur der heren. Het heeft hun wereld al verbeurd verklaard: hun tijd zit strop, het is in haar bedaard. Zijn lijf is licht, kent enkel haar gewicht, haar duister is met laaiend…

LAIS CXCII

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 22
Verlossend duister komt altijd te laat maar dat falen is geen fout van haar. Haar git is niet wat er in licht vergaat: het schijnsel kleurt te blauw haar hels gebaar, het zwart is daar, er is genoeg in haar. Calculaties vergelden elk moment, data, ingelezen, rij na rij per cent, en uitgerekend zo de mens vergaat. Het heeft geen spijt, het deugde…

LAIS CXCIII

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 16
Deze wereld is de wereld niet voor hen: zij beven niet in vreze vol met nijd zij heeft aan het voor haar een gouden pen het schrijft hen uit de leugens van de tijd. In ’t welven van verschoven eeuwigheid wordt zoeken zelf gevonden en het is drievoudig git door ieders duisternis. Haar klare stem is van beklemming vrij, een golven dat tot straal…

LAIS CXCIV

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 12
In het grote woordeloze niets van haar, de oceanen kolkend blauw in d’ ogen, de gebaren maken alle leugens waar, waarheid tot gebaar van onvermogen. Want haar voelen kent geen mededogen, is hete gloed die het van het ontdoet, en ’t vuur verhevigt tot een blauwe vloed. En in oneindig zwart gaat schel dan aan het ene git dat het verblinden moet…
Meer laden...