voeg je poëzie toe

Poëzie

Gedichten van oude dichters

Laatst toegevoegde poëzie (nr. 5.287):

Blarenlied

Wij, dorre en dode blaren,
Wij komen stil gevloon
En vlechten door uw haren
Een goud- en bronzen kroon.

Daar, waar wij ritselend vielen,
En strooiden herfst-gewaad,
Daar sterft iets in uw zielen...
Gij, die er over gaat.

Wij leggen in uw ogen
Traan van weemoedigheid;
'De zomer was een leugen';
Zo zucht ge, wijl ge schreit.

Neen, sterveling, in uw klagen,
Treurt ge om ons dor geblaart
Ge denkt aan zonnedagen,
Die gij vergeten waart.

Gij weent omdat wij zingen
Op droeve mijmertoon,
Van half-vergane dingen,
Te vroeg gestorven schoon.

Wij suizen in de hagen,
Wij fluisteren 't voor uw voet.
Wij komen ritselend klagen,
Dat àlles sterven moet.

--------------------------------
uit: Maart-April (1936)

gevloon - gevloden (voltooid deelwoord van vlieden - weggaan
geblaart - gebladerte(1936)

Schrijver: Alice Nahon
Inzender: Redactie, 24 september 2026


Geplaatst in de categorie: natuur

4.1 met 19 stemmen aantal keer bekeken 4.244

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: