Ik heb alleen de woorden, gij de geest
poëzie
3.3 met 10 stemmen
1.811 Ik heb alleen de woorden, gij de geest,
En zoveel als geest meerder is dan woord,
Is in dit werk meer dat aan u behoort
Dan aan uw dichter, die het schrijft en leest.
Gij gaaft mij goeds uit uwe geest en preest
Mij voor uzelve, bracht ik daarna voort
Uw goed in schoon verband van woord met woord,
Maar minder schoon dan 't in ú was geweest.…
Winter-stad
poëzie
3.7 met 23 stemmen
2.792 In het koele gouden bad
Van het fijne winterlicht
Rijst de grote mensenstad
Tot een droomvervlucht gezicht:
- Al de gangen, al de zalen
- Waar de ziel in droom mag dwalen.
Boven glansgewassen pleinen
Waar de stille mensen lopen,
Juichen klokken uit haar open
Torens zuiver door de reine
- Luchten naar verrukte dromer
- Al de hartstocht van…
De vergeefse proefneming
poëzie
3.0 met 21 stemmen
2.843 Laatst was ik bij mijn Fillis
Zij zat een wijl te peinzen,
maar in het einde vroeg zij:
'Weet gij wat een kusje is?'
Ik zei: "Mijn liefste meisje,
dit is te filosofisch.
Een kusje lat zich voelen,
doch laat zich niet beschrijven.
Misschien dat wij het wezen
als ook de aard der kusjes
door dadelijke proeven
wel min of meer ontdekten…
Een karretje op een zandweg reed
poëzie
4.2 met 90 stemmen
12.016 Een karretje op een zandweg reed;
De maan scheen helder, de weg was breed,
Het paardje liep met lusten;
('k Wed, dat het zelf zijn weg wel vindt:)
De voerman lei te rusten...
Ik wens je wèl-thuis, me-vrind!
Een karretje reed langs Berg en Dal;
De nacht was donker, de weg was smal,
Het paard liep als met vleugels;
(De sneeuwjacht…
Hij ligt er nog, de steen
poëzie
3.7 met 12 stemmen
1.411 Hij ligt er nog, de steen: een jaar geleden
Heb 'k zelf hem daar gelegd; en ik herken
Heel goed de plek, vlak naast die scheve den,
Waar 't zandpad, wit, loopt naar de hei beneden.
'K dacht vaag: Wat 'k doe, lijkt op wat Pharao's deden;
Eenzelfde ontzetting vroeg in mij en hen:
Alles vergaat: ben ik niet, die ik ben,
En was en blijven…
Nachtbloesems VIII
poëzie
3.8 met 17 stemmen
4.057 O, sluimer zacht!
't is al zo kalm:
Geen vogelengalm
Verstoort de nacht:
O, sluimer zacht!
Alleenlijk trilt
Mijn minnezange;
Die smacht en smilt
Van zoet verlangen,
Nu woest en wild,
Dan bevend-bange
In de avondstilt
Maar, laas, niet acht ge,
Ai, waarom niet?
Mijn zielsverdriet;
En spotziek lacht ge,
Went 't zangzoet lied
Der luite…
En toch zal ’t lente worden
poëzie
3.1 met 11 stemmen
1.831 Wat zingt het hupplend koninkske
In onze doornenhaag? –
Het heeft zo fel gesneeuwd vandaag,
En toch zal ’t lente worden!
De takken missen blad en bloem:
Daar tussen fluit de wind;
Doch immer zingt het welgezind:
En toch zal ’t lente worden!
Al zijn de velden doods en stil,
Ik blijve welgemoed,
En roep gelijk de vogel doet:
En toch zal…
Al troont geleerde hand, met vingren wis en snel
poëzie
3.9 met 11 stemmen
4.228 Al troont geleerde hand, met vingren wis en snel,
Vloeizoete wijzen uit het zangrig snarenspel;
Al lokt uw sneêge zang, met strelend lief geluid,
De vlotte ziele tot het zwijmend lichaam uit:
In strikjes van uw haar mijn geest niet is verward.
Uw blinkend aangezicht sticht mij geen brand in 't hart.
Van 't schittren uwes oogs en word ik niet…
HET JONGSTE ZUSJE
poëzie
3.6 met 25 stemmen
4.224 'k Heb een zusje,
Die 'k een kusje
Ieder ochtend lustig bied.
'k Lach haar tegen;
't Lacht, gelegen
In haar wiegje, als zij me ziet.
Hoe lieftallig,
Hoe bevallig
Is mijn zusjes aangezicht!
't Geestig liefje,
't Hartediefje,
Lacht als zij te slapen ligt.
Als eens 't kindje,
't Zoete vrindje,
Niet meer zit op moeders…
HOOGSTE LIEFDE
poëzie
2.5 met 235 stemmen
63.154 Heet mij niet vals en trouweloos
Wanneer mijn arm, verdolend hart,
Van zorgen moe en blind van smart,
Een waanbeeld voor uw waarheid koos.
Ik heb u lief, nu en altoos,
En of mijn droef en moede hart
Bij andren rust of eenzaam mart
Om u: gij zijt mijn liefde, altoos.
En zagen…
BENOORDEN DE MOERDIJK
poëzie
4.0 met 1 stemmen
986 Benoorden de Moerdijk
Daar kan men niet bewonderen,
Daar trapt men de dichter, daar hoont men de held.
Benoorden de Moerdijk
Daar zitten de tobbers, al welgesteld,
In tuin en kantoor zich af te zonderen,
En tellen geld.
Benoorden de Moerdijk
Daar wonen de sufste rijken,
Ze noemen zich vrij of roemen zich vroom.
Benoorden de Moerdijk
Daar…
Door ongebaande sneeuw te gaan
poëzie
4.0 met 3 stemmen
3.264 Door ongebaan-
de sneeuw te gaan,
Hoe lustig is ’t,
hoe leutig!
-------------------------------------------
uit: XXXIII Kleengedichtjes (1860)…
Kraaien
poëzie
4.5 met 2 stemmen
1.523 Heisa! de kraaien in de winter-takken!
Nog trillert echo van hun schrille snaters:
Wat zitten ze daar stil, die donkre saters,
Die sombre spotters in hun zwarte pakken.
Zie, hoe bedaard die straks nog schelle praters
Lijk kleine klompjes tegen 't luchtgrijs plakken.
Heisa! daar gaan ze weer: de twijgen krakken!
De dag barst open van hun rauwe…
Op uw gunst wil ik niet meer wachten
poëzie
4.0 met 3 stemmen
1.146 Op uw gunst wil ik niet meer wachten,
Nu in alle ernst, adieu! vaarwel!
Want nieuwe vreugden, nieuwe prachten,
Komen bij mij nu alleen in tel.
Ik zal, ik moet, ik wil ontvangen,
Al het nieuwe dat tot mij komt,
En door mijn lieve en zoete zangen
Wordt alles blij verwellekomd.
Ik neem aan wat zij mij bieden,
Juwelen of enig ander ding,…
De winter is nu eindelijk gekomen
poëzie
3.4 met 10 stemmen
1.423 De winter is nu eindelijk gekomen,
En beemd’ en woud zijn wit van sneeuw en rijp,
Bevroren zijn de vlieten en de stromen,
Verdord is al wat vruchtbaar was en rijp.
Een loden hemel drukt thans op het land,
Nu sluimert Moeder Aarde haar lichte sluimer,
Dra komt de tijd waarin de zon weer brandt,
De dagen lengen, ook het zicht wordt ruimer.…
DE WIJZEN
poëzie
3.4 met 5 stemmen
1.825 Zij zagen blank een wonderster verrijzen.
Die ster te volgen dreef hun zieledrang.
Door woestenij geen dooltocht zwaar en bang:
Trouw blonk de ster en bleef hen wijzen.
Plots in den hoge hoorden ze engelzang –
Een arme grot was 't einddoel van hun reizen.
De kemels knielden. En de grote wijzen
Aanschouwden 't kind, geprofeteerd zó lang.…
Wonderlijk
poëzie
4.0 met 5 stemmen
2.078 Wonderlijk is 't in 't holle van de nacht,
Plotsling te denken aan zoveel beminden;
Als in de duistre wereld van de winden,
't Zwalpe element ligt met gebonden kracht.
Dan komt zich al wat ver is weer laten vinden:
De handen, de gelaten der beminden,
Als in een gloed van lage kaarsen, zacht.
Smartlijke vreugd te sturen naar die schijnen.…
De onbekende vrouw
poëzie
4.1 met 7 stemmen
4.211 Een mooie vrouw is langs me heen gegaan;
Heel even bleef zij staan
En keek mij aan;
Toen is zij weer haar gang gegaan.
Was zij blond
Of was zij zwart?
Ik weet niet meer.
Alleen heeft zij me 't hart
In de fluwelen avondstond
Oneindiglik gewond;
En 't doet me nu zó zeer,
Dat ik lauwe tranen weende,
Langswaar zij henen ging,…
HET ZIEKE KNAAPJE
poëzie
3.5 met 15 stemmen
2.570 Eens woonde er in een nauwe straat
Een knaapje, zwak en teer:
Hij lag er met verbleekt gelaat
Op 't eenzaam ziekbed neer.
Hij lag er sedert jaar en dag,
Waarin hij zon- noch maanlicht zag;
En toch, bij al zijn zielsverdriet,
Hij klaagde of morde niet.
Maar eindlijk, op een zomernacht,
Sloot hij de handjes saam',
En fluisterde…
WINTERNACHT
poëzie
3.9 met 14 stemmen
4.438 Hoe zwart staan al de bomen in
de witheid, onverwacht,
van 't overdadig sneeuwen, dat 't
gedaan heeft, van de nacht!
Ze staan daar, als gekoolzwart en
met tekenen geprent,
al zwarte en zwarte staven, op
een eindloos pergament.
Ze 'n roeren, noch ze 'n poeren en,
bij 't nachtelijk gestraal,
men zweren zou dat 't spoken zijn,
of…