ze danste als een witte waas door
het bos of was de witte waas
een vochtige mist die
in de wind door het bos danste
het kind was de rekening
een dansende berin in het bos
op zoek naar vis op zoek naar water
om in te baden op zoek naar
verlossing naar het wit
dat ooit was en nooit meer zal zijn
de berin werd bekeken
met argusogen…
ik zag twee beren aan de hemel
vager en verdwijnend in de
rozevingerige dageraad die aan de ware
stralende zonsopkomst voorafgaat
de sterren waren nijverig van dat licht
geluiden klonken om ons heen
tsjiep
tsjiep
tsjiep
meh
meh
meh
een lentebries maakte je gouden haren
door de war het was die wind die je gouden haren
door de war…
de herder mompelt slapend zinnen
flarden die verhalen
van langvervlogen eeuwen
van tijden die nog veel langer
van ons zijn gescheiden
onhoorbaar mompelt hij
het is een groot mysterieus verdwalen
zijn hoofd droomt tv-kanalen
uit alle landen
in alle talen
die zijn hoofd in glijden en zachtjes botsen
de knappe herder leeft slapend…
in de bermen van de begaande paden
waar de kantjes al vanaf gelopen zijn
vind je de mooiste bloemen
net wat verderop bij die heldere bron
vind je de mooiste narcissen
ze liep in het bos
met een roos en een kruik
witte mistslierten dreven in het struweel
een verre echo klonk
gegrom
de tanden waren wit als eierschalen
het speeksel kwijlde…
vader
waarom heb je mij verlaten
jij bent de zon
waar alles om draait
maar draai het nu eens om
om mij
geef je paardenkrachten aan mij
voor één dag
ik ben de zoon
ik ben de zon
ik ben je vader
maar dat wordt je ondergang
je stort neer en spat uiteen
in stukken en scherven en sporen
je vlees uiteengereten
je bloed verspetterd…
De winter is karaktervol.
We eren onze wintervorst,
met mutsen over onze oren
door ijzig koude wind geraakt.
Gezelligheid: een protocol
met winterbier en warme worst,
en snorrende radiatoren.
De vrieskou heeft ons buitgemaakt.…
Een bruine frikandel ligt in de muur.
Verlangend slaak ik zachtjes een klein kreetje…
Wat is hij heet, hij spettert nog een beetje,
zo gloeiend heet, want recht uit de frituur.
Tevredenheid ligt sterk in mijn natuur;
die frikandel en ik, dat fraai soireetje
neemt niemand mij meer af. Ik zucht: ‘O jeetje,
kom hier, jij bruut stuk Nederlands…