inloggen
voeg je netgedicht toe

Netgedichten

netgedicht (nr. 87.917):

Hades en Persephone

I

een dartel veulen was ze tussen
anemonen hyacinten narcissen
in de verte loopt een spierwitte koe tussen
ranonkels seringen tulpen violieren

chrysanten

toen brak ik de grond open
verscheen ik in een helderzwart licht

zo ging ze naar de geesten die in
de onderwereld gevangen zaten
en at ze een oneven aantal
granaatappelpitten om te blijven

verhit werd ze gezocht tot een correctie
niet abrupt niet streng maar onmiskenbaar
werd de rust uit
de sluimerende zelfgenoegzaamheid gehaald
ze zou lang in
het verborgene blijven

II

ik wilde duizend bloemen
laten bloeien
druiven voor de wijn
graan voor het brood
laten rijpen

nu in dit lange heden
waar herinneringen doven
is er niets meer te verwachten
alles glijdt steeds verder terug

maar ik hoor de lokroep
de wind fluistert mijn naam
bevestigt mijn bestaan

ik luister uit de diepten

mijn moeder is mij niet vergeten
ze weet nog hoe ik heet

... Dit gedicht hoort bij dit beeld van Bernini: www.collezionegalleriaborghese.it/en/opere/rape-of-proserpine ...


Zie ook: https://nl.wikipedia.org/wiki/Bas_Jongenelen

Schrijver: Bas Jongenelen, 13 januari 2026


Geplaatst in de categorie: liefde

3.0 met 4 stemmen aantal keer bekeken 390

Er zijn 3 reacties op deze inzending:

Max de Lussanet, een maand geleden
Daar heb ik ook niet om gevraagd. Alleen wat puntjes op de ï, omdat ik het zelf ook niet meer precies wist. That's all!
Ga door met de klassieken, Bas, daar kunnen we alleen maar van genieten!
Bas Jongenelen, een maand geleden
Ik ga hier niet mijn eigen gedicht uitleggen, maar ik wil je wel zeggen dat het geen vertaling is van Ovidius' Metamorphoses.
Max de Lussanet, een maand geleden
Dank voor deze 'klassieker', Bas!

Kritische noot:
het waren geen chrysanten
maar het was Persephone zelf die, zich van geen kwaad bewust, zeven granaatappelpitten at.
Tegen de afspraak die haar moeder Ceres met Zeus had gemaakt.
Haar dochter moest vasten, mocht niets eten, opdat zij met de lente terug kon keren naar de bovenwereld
(Ovidius, Met. 533-550).

reageer Geef je reactie op deze inzending: