205 resultaten.
W E D E R W I J V E N
poëzie
3.9 met 10 stemmen
2.456 Hoe wijsterwaster vliegt de lucht
vol witte en lange stressen
van wolken, die ontvlochten zijn
lijk haar van toveressen.
‘t Zijn wederwijven, boos en fel,
die, kwaad van hande en vinger,
malkanderen te kere gaan
en vechten slag om slinger.
De wind zit in ‘k en weet niet welk
geweste, ‘t buist en bommelt
alhier,…
'T IS STILLE
poëzie
4.1 met 30 stemmen
5.152 't Is stille! Neerstig tikt het on-
gedurig hangend wezen,
waarop de weg naar 't eeuwige, in
twaalf stappen, staat te lezen.
't Is stille en middernacht! Alsof
ik blind ware, om mij henen,
in donkere diepten schijnt het al
verduisterd en verdwenen.
't Is stille! Niets te zien en niets
te horen, - 't doet mij…
TERUG
poëzie
3.4 met 18 stemmen
4.199 Scheef is de poorte, van
oudheid geweken;
zaâlrugde 't dak van
de schure; overal
stro op de zwepingen
zit er gesteken;
vodden beveursten het
huis en de stal.
Boven die vodden zijn
blommen gesprongen;
onder die vodden zit
volk en gezin:
blommen van vrede, zo
ouden, zo jongen,
blommen van buiten en
blommen van bin.
Daar is 't dat…
HET ZONNELICHT IS NEERGEDAALD
poëzie
4.7 met 9 stemmen
4.247 Het zonnelicht is neergedaald
en ‘t gaat bij andere lieden,
verwacht en welkom-weer onthaald,
de dag hun doen geschieden.
Het morgent daar, het avondt hier,
en wonderschone verven
zie ‘k wentelen in het westervier,
en stille, stille sterven.
‘t Was rood eerst, helder paars weldra;
en, blauw- en blauwerwendig,
door…
Zo welkom als de bie
poëzie
3.8 met 14 stemmen
3.033 Zo welkom als de bie,
die,
aan 't ronken, wijl de last
wast,
terug met heuren buit
uit
de velden rijk beblomd
komt,
zo welkom zijt ge mij,
gij,
wanneer ge mij verzet
met
hetgeen uw zwervend vlerk-
werk,
al vliegen achter 't land,
vand:
mijn hoppelend herte klopt
op 't
aanhoren en 't verstaan,
aan
het ruisen van zijn stem…
HET GERS
poëzie
3.9 met 10 stemmen
2.537 Hoe gulzig is het gers
en goed om in te baden
tot boven uwe boeg,
o gierig rundervee,
dat, in de oude stal,
hebt oude voederbladen
en vuile draf geteerd,
zo menig maand alree!
Hoe geren zie ‘k u, hoorne
omhoge, neuzegaten
wijd open, almedeens,
in ‘t gulzig gers gelaten!
Ge'n weet uw weelde niet,
noch uwe weg! Ontheven…
PERELS
poëzie
3.7 met 11 stemmen
3.932 Nog eer de blâren schieten,
in ’t hofbeluik,
hoe geren zie ’k uw sprieten,
o perenstruik;
hoe geren zie ’k uw takken,
vol blommen staan,
vol perels, al in pakken
eer ze opengaan!
En mochte ik maar, zo even,
door Gods beschik,
u, perentakken geven
nen tovertik;
’t en zou geen pere krommen
uw hout, voortaan:
veel liever zie ’k de blommen…
EGO FLOS
poëzie
3.7 met 24 stemmen
4.094 Ik ben een blomme
en bloeie vóór uwe ogen,
geweldig zonnelicht,
dat, eeuwig onontaard,
mij, nietig schepselken,
in 't leven wilt gedogen
en, na dit leven, mij
het eeuwig leven spaart.
Ik ben een blomme
en doe des morgens open,
des avonds toe mijn blad,
om beurtelings, nadien,
wanneer gij, zonne,…
B O M E N
poëzie
3.9 met 12 stemmen
4.256 Hoe eigen zijn de bomen al,
van dracht en groeibaarheid:
de hulst en bloot zijn takken nooit,
hoe fel de buien bersen;
de beukenboom zijn handen naar
de hemel openspreidt;
en, slaande, schijnt de berkenroe
de wilde wind te dersen!
Op wacht, en achter ‘t water, staan,
gekroond met immer vers
gewaai, de dikke koppen…
Gelukkig Kind
poëzie
3.8 met 25 stemmen
7.692 Gelukkig kind,
dat ligt en laat geworden
al 't geen de mens
zo driftiglijk beroert!
Gelukkig kind,
dat niet en peist op morgen,
dat alles mint,
en nijdig niets beloert!
Gelukkig kind,
dat elke stap in 't leven
een stap vernaarst
aan 't heilig kinderland!
Gelukkig kind,
'k zou alles alles geven
voor uw geluk, mijn…
I N 'T R I E T
poëzie
3.2 met 16 stemmen
2.980 Gedoken half, in ‘t riet,
half zichtbaar, deur de rieten,
aanschouwen de koeien mij,
die, vers uit hunne slieten
en vaste veters, nu
op vrije voeten gaan
en, gaande, ‘s morgens vroeg,
hun lange steerten slaan.
Omhoge heffen zij
hun hoofd en doen de stalen
van ‘t omgebogen riet
hun tongen nederhalen
te mondewaards…
WIT EN ZWART
poëzie
4.5 met 14 stemmen
2.994 Hoe helder, zwart op wit, die koe
gemazeld is, en weet ik hoe
te malen noch te melden:
ik zie ze, varings heengevoerd,
en ‘t groene veld voorbijgesnoerd,
te schielijk en te zelden.
Zo wit is ze als de snee, die, vers
gevallen over ‘t wintergers,
te blinken ligt; met vlekken,
die, zwart alzo de rave, of wel
nog zwarter, in…
't L A A T S T E
poëzie
3.4 met 22 stemmen
4.392 AAN DE ONBEKENDE LEZER
Hoe zoet is ‘t om te peizen dat,
terwijl ik rust misschien,
een ander, ver van hier, mij on-
bekend en nooit gezien,
u lezen kan, mijn dichten, mijn
geliefde, en niet en weet
van al de droeve falen van
uw vader de Poëet!
Hoe blij en is ‘t gedacht niet, als
ik neerzitte ende peis,
u volgend waar gij loopt op uw
gezwinde…
Ach licht en is het lot van al
poëzie
4.7 met 3 stemmen
2.987 Ach licht en is het lot van al,
zo menig band wordt keten;
zo menige en zo groot getal
die 't blijzijn haast vergeten!…
Ik, de al oude verzenvinder
poëzie
4.0 met 14 stemmen
3.868 Ik, de al oude verzenvinder,
die, op rijm van hier en ginder,
menig reke, rijpe en rond,
lijk gevonden vruchten vond,
wense u vrij, nu dat het jaar is
op nen nieuwen inventaris
vij'-zes posten voortgetreên
veel geluks en zaligheên!…
Slaaplied
poëzie
3.7 met 29 stemmen
5.289 „Waait mij nu zoetjes, o zuchtende winde;
wiegt mij en douwt mij dat zuilende kind;
speelt om zijn wichtelijk aanzichtje en laat
Jesuken rusten; het slapen nu gaat.
Palmen, die roerende en wagende zijt,
stilt om mijn kindeke uw takken ’nen tijd;
engelkens zoetjes, ach, Jesuken wilt
slapen: uw’ tonge en uw’ harpe nu stilt.
Vogelkes zwijgt…
Oneigene
poëzie
3.6 met 8 stemmen
3.204 Hetgeen ik niet uitgeve en
hebbe ik niet in,
wie zal mij dat wijten tot schande?
Mijn herte en mijn tale, mijn
rede en mijn zin,
't is al zo van buiten, 't is
al zo van bin'
't ligt alles daar bloot op mijn handen!
Dan, weg met de oneigene
tale en de schijn
van elders geborgde gepeizen;
mijn zijt gij niet, uw, dat en
wille ik niet…
‘T ER VIEL NE KEER
poëzie
3.6 met 24 stemmen
4.685 (Herinnering aan Beethoven's Septuor.)
‘t Er viel ‘ne keer een bladjen op
het water
‘t Er lag ‘ne keer een bladjen op
het water
En vloeien op het bladje dei
dat water
En vloeien dei het bladjen op
het water
En wentel-winkelwentelen
in ‘t water
Want ‘t bladje was geworden lijk
het water
Zo plooibaar en zo vloeibaar als
het water
Zo…
DICHTEN IS GEEN KUNSTE
poëzie
3.6 met 25 stemmen
3.900 Dichten is geen kunste
kom,
geen kunste
dichten is een gunste
Gods
een gunste!…
Z O M M E R
poëzie
4.2 met 33 stemmen
5.254 Als de appels bloeien,
- de schone maand! -
en 't gers, aan 't groeien,
de wegen baant,
de zoele winden
zie 'k geren gaan
en blommen vinden,
die openstaan.
Als, uit aan 't stromen,
half bloed, half melk,
zijn de appelbomen,
zo een, zo elk;
als weke zijde
de takken blomt,
dan ben ik blijde:…
RIJMRAM
poëzie
3.5 met 13 stemmen
5.098 Daar viel mij in ‘t gedacht entwat,
dat, al te onveerdig opgevat,
verloren liep; en, mondgemeens,
en zal ‘t noch ik, noch iemand eens
genieten.
Het deert mij danig! Ei! ‘t en doet:
en heel en is en al, voor goed,
dat ongedicht gedachtje, dat
was al te onveerdig opgevat,
te nieten.
Het leeft entwaar entwat dervan,
dat vissende ik nog…
IK MISSE U
poëzie
4.3 met 55 stemmen
9.457 Aan enen afwezenden vriend
Ik misse u waar ik henenvaar
of waar ik henenkeer:
den morgenstond, de dagen rond
en de avonden nog meer!
Wanneer alleen ik tranen ween
't zij droevig het zij blij,
ik misse u, o ik misse u zo,
ik misse u neffens mij!
Zo mist, voorwaar, zijn wederpaar
geen veugelken in 't net;
zo mist geen kind, hoe teer…
Goevrijdag
poëzie
3.9 met 9 stemmen
3.500 's Goevrijdags ratel, rauwgetand,
dwersdoor de kerke relt,
terwijl het volk, stilzwijgende, om
de autaar neergeveld,
de God aanbidt, die Golgotha
zag sterven, naakt en bloot,
's goevrijdags, op de schandeboom,
de schandelijkste dood.
De ratel relt de kerke door,
noch koper nu noch brons
en hore ik, ook de orgel niet:
men bidt de "Vader…
BLOOTAKKER
poëzie
4.3 met 6 stemmen
3.069 Geen één blad op de bomen! Af
is alles; vóór de vlagen
gevallen onder voet en van
de winden weggevaagd,
het schilderschone aanschouwen, dat
het bonte najaar draagt:
noch wit en zijn, noch groene meer,
de scherpe dorenhagen.
‘k Zie heinde en verre, deur end deur
de velden nu, de kerken,
de huizen en de hoven staan,…
MIJN HERT IS ALS EEN BLOMGEWAS
poëzie
3.6 met 28 stemmen
4.105 Mijn hert is als een blomgewas,
dat, opgaande of toegeloken,
de stralen van de zonne vangt,
of kwijnt en pijnt en hangt gebroken!
Mijn hert gelijkt het jeugdig groen,
dat asemt in de dauw des morgens;
maar zwakt, des avonds, moe geleefd,
vol stof, vol weemoeds en vol zorgens!
Mijn hert is als een vrucht, die wast
en rijp wordt, in de schauw…
'S AVONDS ZIE 'K DE STERREN GEREN
poëzie
3.7 met 20 stemmen
4.639 's Avonds zie 'k de sterren geren,
die daar zitten, hoge en fijn,
als ik, moe van ‘t lastig weren
onder 's arbeids leed en pijn,
ene oogslag naar omhoge
buiten 's werelds enden sla,
en mij eens de hemel toge
nog, aleer ik slapen ga.
Al de lieden rusten neerstig:
hier en daar nog een die tiert,
en de blijdschap…
TE BRUGGE IN DE OUDE VADERSTAD
poëzie
3.6 met 27 stemmen
3.638 Te Brugge in de oude vaderstad
die eens vol rijke koopmans zat
maar die ‘t nu al ontbreekt
al buiten nog wat waalse draf
en franse dwepers ijdel kaf
dat niet als frans en spreekt
daar eertijds, - o wat bittre schand -
Heer Breydel heeft zijn bijl geplant
in menig waalse borst
die ‘t duur moest kopen aan zijn wraak
zo hij in valse walse spraak…
IN 'T RIET
poëzie
3.4 met 12 stemmen
5.384 Gedoken half, in ‘t riet,
half zichtbaar, deur de rieten,
aanschouwt de koeien mij,
die, vers uit hunne slieten
en vaste veters, nu
op vrije voeten gaan
en, gaande, ‘s morgens vroeg,
hun lange steerten slaan.
Omhoge heffen zij
hun hoofd en doen de stalen
van ‘t omgebogen riet
hun tongen nederhalen
te…
NIEUWJAAR (1893)
poëzie
4.3 met 15 stemmen
4.902 Het jaar is uit-
en tenden geleefd:
van al zijne oude
ellenden en heeft
de last het ons ontgeven;
het nieuwjaar heeft,
van heden af aan,
voor elk ende een,
een schrede gedaan:
wie zal ‘t tot tenden leven?…
Vlucht maar, vogels
poëzie
3.9 met 8 stemmen
4.278 Vlucht maar, vogels,
koud en deerlijk
is 't alomme
vlucht en vliedt,
voor de koude en
voor de mensen,
want de mens en
mint u niet.
Vlucht maar, of hij
zal u schieten,
met zijn roer, hij
droomt daarvan:
vlucht waar hij, met
al zijn wijsheid,
vlucht waar hij, niet
aan en kan.
Vlucht omhooge, en
komt niet neder,
eer gij streken…