De trein glijdt langs schapen,
zon zakt achter bomen,
avondrood vertoont een blauwe maan,
maar ik voel mijn hart sneller slaan,
want ik ben bijna bij jou.
Als de nacht zich vouwt om het huis
en de stilte als een deken valt,
dan komt het verlangen sluipend terug,
in golven van herinnering
die nooit helemaal doven.
Zij…
Die avond,
die avond nog,
en een roos
die bleef liggen.
Het riet zei iets,
het riet zei het weer,
zacht in het water,
zacht en nog eens zacht.
O water,
krinkelend water,
waar gaat gij,
waar gaat gij heen.
De roos bewoog niet,
de avond ook niet,
alleen het riet
wist mijn naam.
Ik bleef staan,
ik bleef nog staan,
bij het veld…