Koffiedamp en vergeten vingers
De ochtend is een koude lepel
die tegen mijn tanden tikt,
melk kringelt traag als oude rook
door het porselein van de dag.
Jouw hand lag ooit op mijn rug
als een warme munt uit de broekzak,
vingers die de ruggengraat volgden
alsof ze een landkaart lazen
die alleen wij tweeën begrepen.…
Mijn hart, een caged vogel, klapt
tegen tralies van bitter stof en leugens,
maar stijgt, stijgt als maanstof in olie-
zwarte aderen, fenomenaal gebroken.
Dromen drogen op als rozijnen in razernij,
festeren, stinken, exploderen in keel-
hete schreeuwen – toch draag ik jouw afwezigheid
in mijn borst als veer zonder einde.
Ik…
De Lente-oogst
O, ’t ritselen van de bladeren klein,
zo bange voor de regen,
die wachten op de zonneschijn
en Godes milde zegen!
De schaapjes in de groene wei,
ze grazen vroom en blij;
hun wolleken is pas geschoren,
’t geluk is weer herboren.
Hoort! ’t Zoeven van de raderen gaat,
langs ’t blauwe veld van water,
waar ’t zoute schuim de duinen…