In zijn gescheurde spijkerbroek
twee munten klein geld
een mondkapje en een zakdoek
in een boodschappentas het half uitgelezen boek
twee krentenbollen en een zak chips
onderweg naar Amsturia
de twijfel uit het verleden
voor het avondlicht in stille regen
in gedachten haar schoonheid
gelegen aan het open dromengraf
in zijn gewassen…
De straten ademen in grijs en groen,
waar yuppen aan hun dure koffie nippen,
terwijl de armoede haar best moet doen
om door de mazen van de stad te glippen.
Een omgedraaide pas, een haperend brein,
de geur van bonen in de vroege middag.
De dromen van de straat zijn vaak heel klein:
een tweedehands bankstel en een milde lach.
Men spaart er…
Een grote stad die aanvoelt
als een spontaan verzonnen fantoom
vol dwalende mensen.
Het is er nu donker
we zijn onderweg naar het werk.
Er ligt een dode man op straat
en niemand weet waarom
hij niemand heeft die om hem geeft.
Het is te laat, er is geen spijt, hij is nu
ook zijn leven kwijt, hij staat bij niemand
in het krijt.…
O Amsturia, gij stad van louter schijn en dromen,
Waar drommen rusteloos door de kille straten stromen!
Het duister heerst alom, de vroege plicht roept luid,
Wanneer men op het pad des doods een medemens stuit.…