voeg je netgedicht toe

Netgedichten

Laatst toegevoegde netgedicht (nr. 90.705):

De onbekende overledene

O Amsturia, gij stad van louter schijn en dromen,
Waar drommen rusteloos door de kille straten stromen!
Het duister heerst alom, de vroege plicht roept luid,
Wanneer men op het pad des doods een medemens stuit.
Daar ligt hij op 't plaveisel, koud en gans alleen,
En niemand die een traan om zijn verscheiden weent;
Geen vurig hart dat thans in deernis om hem slaat,
Daar hij miskend, vergeten, uit dit leven gaat.

Het is te laat; de dood nam onverwacht zijn pand,
Geen aardse schuld bindt hem nog aan dit woestemannenland.
De stad, in nevels gehuld, haalt koud de schouders op,
De vroege tram rijdt rillend naar zijn eindstation.
Zijn naam, zo vroom en rein, verzinkt in d' anonieme nacht,
Waar generlei requiem de lijdende ziel verzacht.
Geen hand die hem ten afscheid golvend tegenstreeft,
Terwijl hij thans de weg naar 't eeuwig duister weeft.

Het is nu donker, ja, maar ginds wenkt d' eeuwigheid,
De draagplank buigt diep onder 't stof der sterfelijkheid.
Hij moet op weg, de laatste reis is thans begonnen,
De ochtend wacht, al heeft het licht nog niet gewonnen.
De straten worden schoon en vlijtig schoongeveegd,
Terwijl de harde stad de dode ziel verzwijgt.
Geen zerk zal later melden wie hier eenzaam lag,
Geen klok die treurt om zijn verloren levensdag.

Schrijver: mobar
27 oktober 2026


Geplaatst in de categorie: overlijden

5.0 met 1 stemmen aantal keer bekeken 2

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: