Jij bent de blikopener
voor de ongeopende blik
jij als eerste doorzag het zien
twee strelende handen hebben er tien
jouw voelsprieten aan je armen
willen mij stevig omarmen
ook met veel liefde verwarmen
verkreukel mij niet heb erbarmen…
Dissonant nu in blitse glitter en glamour
Toch een blikopener: voor wie wou zien
voorspelde je gratis menige toekomst
Zoals je daar moederziel alleen
op de koffie bij fris oude herinneringen
eenzaamheid zat te verzinnebeelden…
Je opende mij met een blikopener,
maar toen je geen gewenste
makreel in pittige tomatensaus
vond
blies je mijn egelstekels weg
die
vervolgens in je ogen staken
als wespenangels
Van pijn vertrokken vertrok je
met opgetrokken rokken
om mij ook op de valreep nog
eens pijnlijk te verleiden
maar je ogen barstten uiteen
en ondanks de smakelijke…
Kan ik wel gaan prakkiseren waarom,
maar al vergeten en vergeven, wánt
het geluid van de blikopener
breekt door als de zon. Ik spring vlot
op het aanrecht, het wieltje snijdt
mijn snorharen mee – zit ie niet mee.
Ik eet uit mijn bakkie, hij uit het zijne,
over ons bestaan denk ik het mijne.…