Aan het begin van ieder jaar
staat Ianus
De god die kijkt naar achteren
en voren
Nu treedt een dinsdagdichter
in zijn sporen
Als opvolger. Wees welkom,
Theo Danes!
Voor jou stond onze deur
reeds op een kier
Als dichter van het snelsonnetplezier!…
Waar langgerekte plantages
uitgestrekte bosschages
ruisen als een prélude
à l'après-midi
een reeboksater die als volleerde balletdanser over kali's
van modder en drijfzand springt
staat een mandoer die hem
dubbelkoppige Ianus, opwacht
en tot bedaren dwingt
als achter hem over de brug
een koor van sirenen
als karyatiden
het klaaglied…
Waarom bungel je, Ianus?
Ondersteboven tussen
twee roestige spijkerkoppen
weegt hij versheid van gouden eendeneieren,
sorteert op glans.
Wachtend achter maskers tot de schalen breken,
schenkt hij zich nog een watertje in.
Memoria sprint voorbij op haar reebok.…
LAATSTE JANUARIDONDERDAG
Hij dacht niet aan die ene donderdag,
Doch keek als Ianus terug in
het verleden
En in de toekomst, maar niet
in het heden
Die laatste januaridonderdag
Een vakbroeder, een -zuster,
een confrère
Die hadden hem bijtijds op 't spoor gezet
Waar zát z'n hoofd, nog steeds in dat sonnet
Vol concentratie?…