voeg je netgedicht toe

Netgedichten

netgedicht (nr. 90.023):

Een hoogst noodzakelijk tafereel

Lusus bouwt een hut met
drie hazelaarstokken en wilgentenen
naast het houten bruggetje,
waar een dwarsbalk helt naar
het krioelend spiegelen van glas.
Roeiend vangt hij de klanken.
plompverloren rond zijn speeleend.

Waarom bungel je, Ianus?
Ondersteboven tussen
twee roestige spijkerkoppen
weegt hij versheid van gouden eendeneieren,
sorteert op glans.
Wachtend achter maskers tot de schalen breken,
schenkt hij zich nog een watertje in.

Memoria sprint voorbij op haar reebok.
Beitelt betekenis uit stippen en lijnen
in paleolithische grotten,
ver voor Homerus zijn dromen schudde
uit de hartvormige zaden
van het herderstasje.

Welkom in mijn onderwaterwereld,
wuift de miljoenpotige
met weidse gebaren—
ik woon hier al een tijdje.
Vergeet ook de slakkensporen niet,
uitgehold in klei,
zij die ook na morgen de zon begroeten.

Schrijver: Van Xanten
4 augustus 2026


Geplaatst in de categorie: maatschappij

1.5 met 2 stemmen aantal keer bekeken 66

Er zijn 2 reacties op deze inzending:

van Xanten, 6 dagen geleden
@Max
Dank voor je reactie!

Lusus, (misschien beter Ludus)
is hier het spel
Ianus, de god van overgangen
Memoria, het geheugen

Hoe dan ook...
spelen is onze noodzaak.
Het opent deuren naar
een diepere vorm van herinneren,
oorsprong, authenticiteit en
groei naar structuren.
Uiteindelijk komen via het spelen
het ratio en het instinct
uit één en dezelfde adem.

Volgens mij staat je neus wel goed, Max…
Max de Lussanet, 6 dagen geleden
Hephaistos, meester in het smeden
van gouden ringen en zilveren spelden vervaardigde als hij tijd over had voor Dionysos' zoon een kleine tempel

met, puur voor de variatie van zijn creatie,
een goudgeel rieten dak. Een leeseend had hij niet, want hij dronk liever zijn lied met jonge menadische sfinksen en gehaaide sfinksachtige menaden,

zich koesterend in de weelde van gespeeld geluk van de een, en geveinsde beloften van de ander, schuin spiegelend in het glas aan de verre oostelijke overzij - daar waar Ianus Bifrontis

gemangeld door Fortuna Luna in de nachten der volle maan, zich nog immer in benarde positie afvraagt of zijn neus van voren zit danwel opzij...

reageer Geef je reactie op deze inzending: