47 resultaten.
Dat heertje...
poëzie
3.1 met 30 stemmen
7.046 Dat heertje met zijn witte das
Was eertijds een minnezanger;
Doch sinds het die witte das aanheeft,
Minnedicht hij niet langer.
Nu preekt het en doet huisbezoek,
En voor de variatie,
Houdt het 's winters, driemaal in de week,
Lidmatencatechisatie.
Ik bezweer U, mijn allerliefste vriendin!
De draak hier niet mee te steken;
Er zit wezenlijk…
1-2
netgedicht
3.5 met 4 stemmen
663 Ik leg mij lijdzaam neer bij zoveel onvermogen
Maar op mijn netvlies brandt nog steeds dat scorebord
Nooit heb ik zóóveel tranen op één dag gestort
-----------------------------------------------
Met dank aan de dichters: Vasalis (eerste regel) en Piet Paaltjens (laatste regel)…
Aan Rika, Jacoba en Betsy
netgedicht
3.5 met 4 stemmen
559 Zoals ik ooit beminde,
zo minde slechts Piet Paaltjens ooit.
Zijn stenen harten, mijn houten harten.
Zijn grieven, mijn huilen.
En had ik al mijn vrienden vroeg verloren,
dan was ik zonder liefde ook
al bij het breken van de dag,
met morgendamp en herfstdraad,
zo zeker ook als druppels op het gras,
tot sterven veroordeeld.…
de dichter weent altijd
netgedicht
3.7 met 6 stemmen
710 diep in de dichter is het altijd wenen
de regen valt onophoudelijk in vlagen
al komt er soms licht het blijft alle dagen
zwaar bewolkt met sop tot onder in de tenen
de Friesche poëet François Haverschmidt
hield het niet bij buitjes uit zijn vergiet
terwijl hij met wrange tranen bedauwen wou
kwam Piet Paaltjens kleddernat uit tuitjes
Slauerhoff…
Wij zaten met ons vieren
poëzie
3.8 met 24 stemmen
6.932 Wij zaten met ons vieren
In de tuin van de sociëteit.
'Kijk, jongens!' riep Sand, 'wat passeert daar
Een eeuwig knappe meid.'
'Ja,' zei Kaai, 'dat's een pracht van een meisje!
Zo zijn er geen twaalf in 't land.'
'Ik hoor,' zuchtte Haas*, 'ze is in stilte
Geëngageerd met een luitenant.'
'Wat mankeert je, Paal*?' riep Sand…
de landelijke gedichtendag
netgedicht
5.0 met 5 stemmen
716 burgemeesters
willen een ware coryfee
liefst de nummer één
men heeft de oplossing
gezocht in spreiding
grotere mobiliteit
van het aanbod
meer aansluiting
op de regio
Vondel deed nu het westen
Slauerhoff het noorden
Roemer Visscher het oosten
Guido Gezelle het zuiden
vrij invliegbare
gastdichters waren
Bredero Elsschot Kloos
Luyken Paaltjens…
Aan Loan
netgedicht
5.0 met 1 stemmen
362 Dus gaf hij aan
om met jou wat langer op reis te gaan,
dan Rika dat met Paaltjens deed.
Hij omwikkelde jou met een koningskleed,
maar hij ruïneerde jouw innerlijke rijk
als een wolfspin met giftige tentakels,
als een Dracula zoog hij jou leeg,
onzichtbaar, pijnloos, onmerkbaar.…
Heterdaadje
netgedicht
2.8 met 6 stemmen
422 Langs de Langeloërlaan
bij de Mees & Hopebank
zag ik Noes met Japik struinen
vilten hoed met druivenrank
Deed niks onder voor Piet Paaltjens
c.q.…
IMMORTELLE III
poëzie
3.9 met 16 stemmen
5.760 Waarom ik de lome nachten
Met wrange tranen bedauw? -
Ik weet niet wat ik liever deed,
Dan dat ik het zeggen zou.
En wou ik het ook al zeggen,
Weet ik, of ik het wel kon?
Voor alles is er een oorzaak, -
Maar hebben mijn tranen een bron?…
Wie ziet daar op die vieze bank
poëzie
3.1 met 15 stemmen
6.290 Wie zit daar op die vieze bank
In het hoekje van die vunze kroeg
En drinkt er zijn borrels uit en de na
En drinkt er toch - lijkt het wel - nooit genoeg?
Zijn hoed ziet rood - maar roder nog ziet
De punt van zijn neus, de kraag van zijn rok
Glimt smerig, - doch smeriger glans nog glimt
Zijn ogen uit bij iedere slok.
Niet altijd zag die hoed…
De maan glijdt langs de ruiten
poëzie
3.6 met 47 stemmen
6.026 De maan glijdt langs de ruiten
En blikt mij vragend aan.
'Wat moet dat, bleke zanger, -
In uw ooghoek glinstert een traan?'
Zo gij de maan zelf niet waart
'k Zou zeggen: loop naar de maan. -
Wat mij het oog doet glinsteren,
Dat gaat er geen schepsel aan.…
DE ZELFMOORDENAAR
poëzie
4.2 met 95 stemmen
18.070 In het diepst van het woud
- 't Was al herfst en erg koud -
Liep een heer in zijn eentje te dwalen.
Och, zijn oog zag zo dof!
En zijn goed zat zo slof!
En hij tandknerste, als was hij aan 't malen.
"Ha!" dus riep hij verwoed,
"'k Heb een adder gebroed,
Neen, erger, een draak aan mijn borst hier!"
En hij sloeg op zijn jas,
En hij trapte…
DE FRIESCHE POËET I
poëzie
2.8 met 20 stemmen
3.687 I
De Harlinger stoomboot schommelt
Over de Zuiderzee
Van Stavoren naar Enkhuizen.
Een dichter schommelt mee.
Kwijnend rust op de verschansing
De zangrige elleboog.
Glazig staart naar Friesland
Het bleekblauw poëtenoog.
Soms is 't of een klaaglied
De schampre lippen ontstijgt.
De hofmeester denkt, dat mijnheer dan
Een aanval van…
De Friesche poëet II
poëzie
3.4 met 8 stemmen
2.437 II
In overoude tijden,
Toen men nog geen stoomboten had,
Lag er halfweg tusschen Enkhuizen
En Staavren een bloeiende stad.
Haar koene schippers brachten
Haar schatten van heinde en veer,
En onder haar kooplui telde
Zij meer dan één millionair.
Maar — wat ziet men gebeuren -
't Geld maakte haar kooplieden grootsch.
Toen streken de elementen…
DE FRIESCHE POËET III
poëzie
4.0 met 11 stemmen
2.438 III
De dichter is verdwenen
In de diepte van 't dansende meer.
Hij zinkt als een steen. En Eindlijk
Komt hij in Oud-Stavoren neer.
Want, ja, wat die goede Schokkers
In hun eenvoud steeds hebben beweerd,
Dat is waar: de verdronken koopstad
Bestaat nog ongedeerd.
Haar muren zijn nog stevig;
Haar torens zijn nog hoog;
Slechts is er…
DE FRIESCHE POËET IV
poëzie
2.4 met 12 stemmen
2.305 IV
Hoelang de gezonken poëet wel
Bewustloos gelegen heeft,
Dat zou ik niet kunnen zeggen.
Genoeg, — de man herleeft.
Hij heft de gevoelvolle blikken,
Maar twijfelt schier aan hun trouw;
Vlak toch tegenover zich ziet hij
Een wonderschone vrouw.
Haar gitzwarte lokken golven
Langs een voorhoofd van elpenbeen
Over leliewitte schouders…
DE FRIESCHE POËET V
poëzie
2.8 met 20 stemmen
2.410 V
De dichter begrijpt er niets van;
Maar eindelijk waagt hij het toch
De vreemde schoone te vragen:
"Waar ben ik?" en "leef ik nog?"
En als kristal klinkt haar antwoord:
"Mijn lieve landgenoot,
Gij zit hier in Oud-Staavren,
En ge zijt volstrekt niet dood.
Gelukkig voor u bewoon ik
Hier een waterdicht lokaal,
Waar ik versche lucht…
DE FRIESCHE POËET VI
poëzie
3.1 met 15 stemmen
2.902 VI
"Vergeef mij," huivert de dichter,
"'t Is onbescheiden misschien,
Maar mag ik ook vragen, wat dame
de eer heb vóór mij te zien?" -
En de schoone glimlacht: "Wel zeker!
- maar eet ondertusschen voort, -
Ik ben dat weeuwtje van Staavren,
Daar ge mooglijk wel van hebt gehoord;
Die een lading Dantziger tarwe
Aan stuurboord in…
Frits en Kee
poëzie
4.0 met 40 stemmen
6.259 Moderne ballade
Zij heette Kee. Hij schreef zich Frits.
Zij zag wat scheel. Hij liep mank.
Een englenpaar. Maar zij erg bits,
En hij verschriklijk aan de drank.
Zo woonden ze in een lekke schuit,
Als twee marmotjes in hun hol.
Geregeld schold zij hem de huid
En dronk hij zich met bitter vol.
De tijd vliegt snel, vooral wanneer
De liefde…
DRIE STUDENTJES (1853)
poëzie
3.8 met 39 stemmen
5.900 Daar waren eens zeven kikkertjes
Al in een groene sloot,
Toen kwam er een boer op klompen aan -
En die trapte ze allemaal dood.
Daar waren eens drie studentjes
Drie vrienden in lust en in nood;
Ze sprongen zoo moedig de wereld in,
En de wereld — trapte ze dood.
Lief meisken met blonde lokken,
Met een kolk van gevoel in den blik,
Ai gun…
O, spreek mij niet van liefde
poëzie
2.8 met 48 stemmen
8.371 O, spreek mij niet van liefde,
Van vriendschap en van trouw;
Die zijn al sinds lang overleden,
'k Ben lang er al van in de rouw.
Neen, spreek mij van 's mensen ellende,
Van al zijn kommer en nood,
En hoe hij zijn broeders leven
Verbittert, - dan lach ik mij dood!
---------------------------------------------------------------
uit: Immortellen…
Hoor ik op Sempre een waldhoorn
poëzie
3.9 met 27 stemmen
4.722 Hoor ik op Sempre* een waldhoorn,
Of ook wel een Turkse trom,
Dan moet ik zo bitter wenen;
En - ik weet zelf niet waarom.
Vraagt een der werkende lieden:
'Hoe kan een Turkse trom
Of een waldhoorn u zo roeren?'-
Dan weet ik zelf niet waarom.
Is 't wijl in beetre dagen
Een vriend de Turkse trom
Niet onverdienstlijk bespeelde? -
Ach,…
Aan Jacoba
poëzie
3.9 met 10 stemmen
5.626 In uw grote bruine blikken
Schuilt een wondre tovermacht.
Nu eens troosten zij mij zacht;
Dan weer doen ze mij verschrikken.
Praat ik rustig met u over
Iets van algemeen gewicht,
Vriendlijk straalt dan uw gezicht,
Als de maan door lentelover.
Maar nauw waag ik het te klikken
Van mijn hard poëtenlot,
Of meedogenloze spot
Vuurspuwt uit…
Zoals ik eenmaal beminde (immortelle C)
poëzie
3.9 met 22 stemmen
6.938 Zoals ik eenmaal beminde,
Zo minde er op aarde nooit een.
Maar ‘k vond, tot wie ik mij wendde,
Slechts harten van ijs en steen.
Toen stierf mijn geloof van vriendschap,
Mijn hoop en mijn liefde verdween.
En, zoals mijn hart toen haatte,
Zo haatte er op aarde nooit een.
En sombere, bittere liedren
Zijn aan mijn lippen ontgleên.
Zo somber…
Waarom ik de lome nachten
poëzie
3.6 met 23 stemmen
5.694 Waarom ik de lome nachten
Met wrange tranen bedauw? -
Ik weet niet wat ik liever deed,
Dan dat ik het zeggen zou.
En wou ik het ook al zeggen,
Weet ik, of ik het wel kon?
Voor alles is er een oorzaak, -
Maar hebben mijn tranen een bron?…
Aan Rika
poëzie
4.1 met 50 stemmen
9.799 Slechts eenmaal heb ik u gezien. Gij waart
gezeten in een sneltrein, die de trein,
Waar ik mee reed, passeerde in volle vaart.
De kennismaking kon niet korter zijn.
En toch, zij duurde lang genoeg, om mij
Het eindloos levenspad met fletse lach
Te doen vervolgen. Ach! geen enkel blij
Glimlachje liet ik meer, sinds ik u zag.
Waarom ook hebt…
Hem die mij grof beledigt
poëzie
4.0 met 13 stemmen
6.162 Hem die mij grof beledigt,
Mij overlaadt met schand
En openlijk mij belastert,
Hem reik ik de broederhand.
Maar die mij voorkomend bejegent,
Die mij aan zich verplicht
En zich mijn vriend durft te noemen,
Die spuw ik in 't gezicht.
---------------------------------
Immortelle LXXXIII (1878)…
Aan Hedwig
poëzie
3.1 met 30 stemmen
7.279 Wat nu een kerkhof in mij is, was, lang geleên,
Een vrolijk marktplein, waar een dartle zwerm dooreen
Krioelde van de dolste dromen, somtijds wel
Wat al te dol, en toch vermaaklijk en hun spel.
Het was me een leventje daarbinnen! Zien verging
Een mens en horen. Doch op eenmaal, daar verging
Een aaklig steunen 't blij rumoer, en dan - een gil…
Toen Knaap mij de laatste maal knipte
poëzie
4.5 met 15 stemmen
6.980 Toen KNAAP mij de laatste maal knipte,
Was hij aangedaan onder zijn werk.
'Wat wordt u al grijs!' sprak hij somber,
'Ik vrees, u studeert te sterk.'
En JONGMANS, toen hij mij gistren
De maat voor een pantalon nam,
Keek van mijn magerheid zó op,
Dat ik dacht, dat hem iets overkwam.
Vater MULLER* ontzei me zijn tafel.
Ze verliep anders helemaal…
De bleke jongeling
poëzie
3.9 met 14 stemmen
8.081 't Avondt. Aan de westertrans
Zinkt, in goud gehuld en glans,
Statig 't zonnelicht ter neer
In de schoot van 't wieglend meer,
Dat, als bloosde 't van verlangen,
Om het in zijn bed te ontvangen,
Inkarnaat* voelt gloeien op zijn wangen.
't Avondt. Door het heidekruid
Suist als aeoolsharpgeluid*
't Windeke en kust zo zacht
Al de bloempjes…