zij staat daar
in een hoekske
glundert wolken
bruisende bloesem
verstuift liefde
aan haar bezoekers
warm en ongekreukt
staat gij in mijn
schaduw, o uw handen
knijpen verlangend
een moederke staat
gebukt in haar hofke
tussen de akonieten
zij knikt minzaam
als de zeewind, als
de kustlijn van hier
tot ginder, waar gij
zwaait naar…
sneeuwklokjes
schuchter de kopjes
scheefweg geloken
witwassend een zee
tussen de bomen, en
daarna de anemonen,
vaak wit en soms roze
akoniet, geilend geel gillend
om aandacht, schiet uit de grond
krokussen, Japanners flitsen
foto's wereldoverstekend
naar het Lange Voorhout
de lente naakt
en smaakt
naar zoveel meer…
armen wiegt
ik maak je niet wakker, jouw slaap
is het baken dat ik vind wanneer jij
ontwaakt in het gezicht van de
eerste warme zonnestraal
dan stap ik uit en voorzichtig schuift mijn
naam richting een andere wereld die ik
weiger te benoemen, doch mijn vrede raakt
het feit dat deze aarde aan jouw voeten ligt
en alle twijfels worden akonieten…