land van zand
van zon en zee
van amandelbomen
je horizon is mild
een heuvelrug
je zegt het met olijven
al wordt je oud
zelfs stokoud
meer dan honderd
ja zelfs duizend
altijd schenk je mij
dat pittig
olijfgroene…
Dronken zat ik onder de amandelboom.
Blaren vielen in de plooien van mijn kleed.
Ik merkte het niet,
Totdat ik opstond en mijn kleed straksloeg,
Toen vielen de blaren rondom,
Zodat ik mij afvroeg:
"Heb ik gebloeid zonder het zelf te weten?
Kon ik genieten en heb ik het niet gedaan?
Vervloekte wijnroes!…
terwijl goden over graslanden
achter demonen raasden
de mens op eeuwigheid jaagde
plukte iemand de laatste
zomerroos in het zonnerood
plantte iemand een amandelboom
terwijl een vlinder bezweek toen
de lucht haar vleugelslag licht beroerde
drakenbloed zich kronkelend
in het duister verborg
verslond de nacht de stille
zwarte schepen…
Deze grond van Commewijne
bewaart mijn navelstreng
al meer dan een halve eeuw
Droomdronken
leun ik liggend tegen
de tijdgeknaagde amandelboom
voor de statige plantagesluis
even antiek als die van
Maasstroom en Rust en Werk
Zachte fluitmuziek van Pak Rebo
- de gamelansmid in mijn jeugd -
vult de dalen der wolkenparade
aan het puur blauwe…
het begon vanmorgen zo mooi
een hemel blauw als azuur
kersenbloesem glinsterend in
de dauw
eerste bloeiende amandelboom
stond fier te pronken in de zon
bij een oude vervallen tuinmuur
doch 's middags veranderde het weer
donkere wolken kondigden zich aan
weg was de zon waarmee
de dag zo vriendelijk begon
tulpen bogen hun koppen…