Zaadbelofte tussen mos,
kleine, nieuwsgierige spriet,
al een beetje een zoethoutje,
zoek je naar een taxusgeur?
Uit een puberend 'Why not?'
klim je zigzaggend op tot kerel,
breedgeschouderd, gotisch vertakt
voor wie jou straks het hof maakt.
Kijk nou: een mens beschadigt je aanzien:
jou treft een akelige torrenplaag...
Hevig strijden je…
hoog in de taxus
ineens ‘n grauwgrijs doosje
eens vol met spijkers
nu met vier slakkenhuisjes
gaaf en heldergeel
twee kleine en twee grote
als een hecht gezin
in ‘n hoek heel dicht bijeen
in barre tijden
de winter niet overleefd…
de zon
tegen de schutting groeien nog de pompoenen
witte vlinders die de rode rozenpracht zoenen
een kleurrijk en levendig feest in de tuin alom
witte klaverkopjes heersen over het gazon
waarover de bijen luidruchtig ronkend zoemen
de zonnebloemen keren hun hart naar de zon
tegen de schutting groeien nog de pompoenen
buxus en taxus…
Hoog en zwetend riep de zonnewijzer
Honderd vijftig jaar de taxus en fazanten
Tot de orde, en zacht en dwingend hing de gastvrouw
Aan het touw en liet de kleine klokken gaan
Over de paden van patrijzen en tuiniers.
Ook onkruid boog zich naar die goddeloze mis.…
Onder de taxus reik ik
je mijn hand en mijn kus, een echo die
nooit zal vervagen of vergeten, terwijl de zonnestralen
langs je huid glijden, zo bleek en stil als de maan die ons blijft omarmen.
Hoe dan ook, onze draad
is niet doorgesneden.…
Op de verminkte zijtak
hoef ik me niet te laten
bedwelmen door de hars
om overal in de boom
de mensenschemering
te zien, hun kabels
door de wortels heen
gehakt, hun kunststoffen
uitgezaaid in de aarde en de zee
en om het huilen te horen
dat in mijn adem stokt
het verdriet om het negeren
van de gevolgen van wat we denken
nodig te…