Ik heb liever niet dat je nog doorvraagt
Liever niet dat je het weet
Weet wel, dat als je doorzaagt
Dan berokken jij mij leed
Ik smeek je, laat het rusten
Wroet niets open, roer niets door
Wat ik weet zal niemand lusten
Wat koop je daar nu voor?
Ik probeer het weg te stoppen
Heel erg diep en heel ver weg
Probeer het het begrijpen
Te respecteren…
het is daar
dat ik mezelf verlies
uit liefde voor de meeuwen
en op hen wacht
zoals de kerktoren
die de eenzaamheid wegslingert
op mijn mond
en me terug bindt aan
hallucinerende seconden
het is daar
dat ik stemmen hoor die schelpen ruw
wegdrukken naar nevel
uit nachten
en naar lichamen
waaruit schaduwen van water
lopen…
Er komt weer ruimte voor de ernst, de vragen
die zich nooit helemaal laten wegdrukken, al
proberen we nog zo hard. Maar soms is het
ook goed van nergens aan te denken.…
ontwaakt in zijn allerdiepste pracht
De zon schijnt glinsterend op ruggen van druppels
Langzaam verdwijnt het duister van de nacht
Het schuchtere licht geeft een levensbrengend impuls
Kokette dansende muggen, in hun waaierig ballet
Hoog in de lucht het glijden van zwaluwen
Vogels barsten uit in een meerstemmig cabaret
Onherroepelijk het wegdrukken…
Ik moet het wegdrukken, verstoppen, wegscheuren, eruit rukken. Ik zal die vlinders moeten verdrinken en verzuipen, en halt toeroepen. Ik probeer me om te draaien en weg te lopen, ook al levert het me verdriet op. Maar verdriet daar kan ik mee leven, verdriet kan ik een plekje geven. Verdriet kan ik verwerken.
‘Gaat het met jouw wel een beetje?’…
En als nooit tevoren besefte ik hoe breekbaar en pijnlijk het leven op aarde vaak is, hoeveel angst, verdriet en onvrede wij mensen steeds wegdrukken om maar in de illusie te kunnen geloven dat wij het zo slecht nog niet hebben: de kruip-sluipwegen van de zelfbegoocheling, de mythe van een gelukkig aards bestaan.…