inloggen

Gedichten

gedicht (nr. 1.765):

November

Het regent en het is november
Weer keert het najaar en belaagt
Het hart, dat droef, maar steeds gewender,
Zijn heimelijke pijnen draagt.

En in de kamer, waar gelaten
Het daaglijks leven wordt verricht,
schijnt uit de troosteloze straten
Een ongekleurd namiddaglicht.

De jaren gaan zoals zij gingen,
Er is allengs geen onderscheid
Meer tussen dove erinneringen
En wat geleefd wordt en verbeid.

Verloren zijn de prille wegen
Om te ontkomen aan de tijd;
Altijd november, altijd regen,
Altijd dit lege hart, altijd.

... Het verlangen ...

Schrijver: J.C. Bloem
Inzender: Ans Wiersma, 11 jan. 2007


Geplaatst in de categorie: jaargetijden

4,3 met 70 stemmen 31.027

Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:
Johan Corveleijn
Datum:
29 aug. 2020
Waardoor zou dit hart zo leeg zijn, dan door het gebrek aan liefde? Dit gedicht gaat over het verlangen naar liefde en de “heimelijke pijnen” in het hart die daarmee gepaard gaan. De dichter is aan het einde van z’n reis: november, najaar, herfst – ook, en vooral in z’n hart. Wat is herinnering, wat verwachting, wie ziet nog het onderscheid? De herinneringen behoren tot een andere, oudere wereld: het zijn “dove erinneringen”. Bloem is spaarzaam met zijn woorden: het begrip liefde zit in het gedicht vervat, maar wordt niet uitgesproken. Liefde staat niet los van het leven, maar ze lijkt nu wel verloren, want zijn hart is leeg!

Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)