voeg je poëzie toe

Poëzie

1835-1894

poëzie (nr. 13):

DE FRIESCHE POËET V

V

De dichter begrijpt er niets van;
Maar eindelijk waagt hij het toch
De vreemde schoone te vragen:
"Waar ben ik?" en "leef ik nog?"

En als kristal klinkt haar antwoord:
"Mijn lieve landgenoot,
Gij zit hier in Oud-Staavren,
En ge zijt volstrekt niet dood.

Gelukkig voor u bewoon ik
Hier een waterdicht lokaal,
Waar ik versche lucht kan krijgen
Door een onderzeesch kanaal.

Nog even bijtijds ontdekte ik,
Hoe gij spartelde op de stoep ....
Doch al praatjes genoeg! Gij hebt honger,
Eet dus eerst een dit bordje soep.

Dat zal u goed doen, mijn jongen!
Ik zelf heb ze klaargemaakt.
En drink er dit glas Pommies bij;
Die weet ik dat lekker smaakt.

Ga u daarna eens goed verdrogen,
En — kom dan in mijn arm;
Dan, voor den drommel, kus ik
U nog eens ouderwets warm!"

Snikken en Grimlachjes(1867)

Schrijver: Piet Paaltjens
Inzender: J.S., 5 november 2001


Geplaatst in de categorie: literatuur

2.8 met 20 stemmen aantal keer bekeken 2.572

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: