Heen en Weer
“M’n moeder gaf me, voordat we vertrokken,
Wat water en een zwemvest, een oranje,
Ze bad en zei me: ‘ik houd héél veel van je.’
We kwamen aan, moe, dorstig en geschrokken.
Nu gaan we wéér aan boord, van grote boten,
Maar volgens mij zijn we niks opgeschoten.”

Er is 1 reactie op deze inzending:
monoloog van een onschuldig
gedupeerd kind van de rekening
van onze onze hautaine
politieke onwil