654 resultaten.
1-2
netgedicht
3.5 met 4 stemmen
744 Ik leg mij lijdzaam neer bij zoveel onvermogen
Maar op mijn netvlies brandt nog steeds dat scorebord
Nooit heb ik zóóveel tranen op één dag gestort
-----------------------------------------------
Met dank aan de dichters: Vasalis (eerste regel) en Piet Paaltjens (laatste regel)…
Aan Rika, Jacoba en Betsy
netgedicht
3.5 met 4 stemmen
621 Zoals ik ooit beminde,
zo minde slechts Piet Paaltjens ooit.
Zijn stenen harten, mijn houten harten.
Zijn grieven, mijn huilen.
En had ik al mijn vrienden vroeg verloren,
dan was ik zonder liefde ook
al bij het breken van de dag,
met morgendamp en herfstdraad,
zo zeker ook als druppels op het gras,
tot sterven veroordeeld.…
de dichter weent altijd
netgedicht
3.7 met 6 stemmen
771 diep in de dichter is het altijd wenen
de regen valt onophoudelijk in vlagen
al komt er soms licht het blijft alle dagen
zwaar bewolkt met sop tot onder in de tenen
de Friesche poëet François Haverschmidt
hield het niet bij buitjes uit zijn vergiet
terwijl hij met wrange tranen bedauwen wou
kwam Piet Paaltjens kleddernat uit tuitjes
Slauerhoff…
Heterdaadje
netgedicht
2.8 met 6 stemmen
491 Langs de Langeloërlaan
bij de Mees & Hopebank
zag ik Noes met Japik struinen
vilten hoed met druivenrank
Deed niks onder voor Piet Paaltjens
c.q.…
Depressie
hartenkreet
3.5 met 4 stemmen
575 Piet Paaltjens is er niets bij en zijn destructieve
poëem over Rika is slechts één ademzucht van mij.
Dat deze jeneververslaafde dominee zichzelf met een
beddekoord heeft opgehangen, is een druppel van mijn leed.
In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest,
amen. Hoe krankzinnig kun je zijn!…
Aan Loan
netgedicht
5.0 met 1 stemmen
453 (voor Loan Son)
Het was eerst 'Aan Rika' van Piet Paaltjens,
waardoor de dichter Büch was geraakt
en daarna zag hij jou in die trein rond
Haarlem. Hij droomde jou al naakt
en hij verdween in de zoetheid van jouw mond.
Voor hem was jij zijn Rika en wilde hij
het liefste met jou verpletterd worden
door een aanstormende trein.…
Dat heertje...
poëzie
3.1 met 30 stemmen
7.257 Dat heertje met zijn witte das
Was eertijds een minnezanger;
Doch sinds het die witte das aanheeft,
Minnedicht hij niet langer.
Nu preekt het en doet huisbezoek,
En voor de variatie,
Houdt het 's winters, driemaal in de week,
Lidmatencatechisatie.
Ik bezweer U, mijn allerliefste vriendin!
De draak hier niet mee te steken;
Er zit wezenlijk…
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
1 De daad is proza, maar de klacht,
De traan is poëzie.…
Aan Jacoba
poëzie
3.9 met 10 stemmen
5.887 In uw grote bruine blikken
Schuilt een wondre tovermacht.
Nu eens troosten zij mij zacht;
Dan weer doen ze mij verschrikken.
Praat ik rustig met u over
Iets van algemeen gewicht,
Vriendlijk straalt dan uw gezicht,
Als de maan door lentelover.
Maar nauw waag ik het te klikken
Van mijn hard poëtenlot,
Of meedogenloze spot
Vuurspuwt uit…
Zoals ik eenmaal beminde (immortelle C)
poëzie
3.9 met 22 stemmen
7.346 Zoals ik eenmaal beminde,
Zo minde er op aarde nooit een.
Maar ‘k vond, tot wie ik mij wendde,
Slechts harten van ijs en steen.
Toen stierf mijn geloof van vriendschap,
Mijn hoop en mijn liefde verdween.
En, zoals mijn hart toen haatte,
Zo haatte er op aarde nooit een.
En sombere, bittere liedren
Zijn aan mijn lippen ontgleên.
Zo somber…
Waarom ik de lome nachten
poëzie
3.6 met 23 stemmen
5.887 Waarom ik de lome nachten
Met wrange tranen bedauw? -
Ik weet niet wat ik liever deed,
Dan dat ik het zeggen zou.
En wou ik het ook al zeggen,
Weet ik, of ik het wel kon?
Voor alles is er een oorzaak, -
Maar hebben mijn tranen een bron?…
Aan Rika
poëzie
4.1 met 50 stemmen
10.428 Slechts eenmaal heb ik u gezien. Gij waart
gezeten in een sneltrein, die de trein,
Waar ik mee reed, passeerde in volle vaart.
De kennismaking kon niet korter zijn.
En toch, zij duurde lang genoeg, om mij
Het eindloos levenspad met fletse lach
Te doen vervolgen. Ach! geen enkel blij
Glimlachje liet ik meer, sinds ik u zag.
Waarom ook hebt…
Hem die mij grof beledigt
poëzie
4.0 met 13 stemmen
6.431 Hem die mij grof beledigt,
Mij overlaadt met schand
En openlijk mij belastert,
Hem reik ik de broederhand.
Maar die mij voorkomend bejegent,
Die mij aan zich verplicht
En zich mijn vriend durft te noemen,
Die spuw ik in 't gezicht.
---------------------------------
Immortelle LXXXIII (1878)…
Aan Hedwig
poëzie
3.1 met 30 stemmen
7.478 Wat nu een kerkhof in mij is, was, lang geleên,
Een vrolijk marktplein, waar een dartle zwerm dooreen
Krioelde van de dolste dromen, somtijds wel
Wat al te dol, en toch vermaaklijk en hun spel.
Het was me een leventje daarbinnen! Zien verging
Een mens en horen. Doch op eenmaal, daar verging
Een aaklig steunen 't blij rumoer, en dan - een gil…
Op 't hoekje van de Hooigracht
poëzie
4.2 met 20 stemmen
6.366 Op 't hoekje van de Hooigracht
En van de Nieuwe Rijn,
Daar zwoer hij, dat hij zijn leven lang
Mijn boezemvriend zou zijn.
En halverwege tussen
De Vink en de Haagsche Schouw,
Daar brak hij, zes weken later zowat,
De eed van vriendentrouw.…
De maan glijdt langs de ruiten
poëzie
3.6 met 47 stemmen
6.237 De maan glijdt langs de ruiten
En blikt mij vragend aan.
'Wat moet dat, bleke zanger, -
In uw ooghoek glinstert een traan?'
Zo gij de maan zelf niet waart
'k Zou zeggen: loop naar de maan. -
Wat mij het oog doet glinsteren,
Dat gaat er geen schepsel aan.…
DE ZELFMOORDENAAR
poëzie
4.2 met 96 stemmen
19.753 In het diepst van het woud
- 't Was al herfst en erg koud -
Liep een heer in zijn eentje te dwalen.
Och, zijn oog zag zo dof!
En zijn goed zat zo slof!
En hij tandknerste, als was hij aan 't malen.
"Ha!" dus riep hij verwoed,
"'k Heb een adder gebroed,
Neen, erger, een draak aan mijn borst hier!"
En hij sloeg op zijn jas,
En hij trapte…
DE FRIESCHE POËET I
poëzie
2.8 met 20 stemmen
3.927 I
De Harlinger stoomboot schommelt
Over de Zuiderzee
Van Stavoren naar Enkhuizen.
Een dichter schommelt mee.
Kwijnend rust op de verschansing
De zangrige elleboog.
Glazig staart naar Friesland
Het bleekblauw poëtenoog.
Soms is 't of een klaaglied
De schampre lippen ontstijgt.
De hofmeester denkt, dat mijnheer dan
Een aanval van…
De Friesche poëet II
poëzie
3.4 met 8 stemmen
2.573 II
In overoude tijden,
Toen men nog geen stoomboten had,
Lag er halfweg tusschen Enkhuizen
En Staavren een bloeiende stad.
Haar koene schippers brachten
Haar schatten van heinde en veer,
En onder haar kooplui telde
Zij meer dan één millionair.
Maar — wat ziet men gebeuren -
't Geld maakte haar kooplieden grootsch.
Toen streken de elementen…
DE FRIESCHE POËET III
poëzie
4.0 met 11 stemmen
2.573 III
De dichter is verdwenen
In de diepte van 't dansende meer.
Hij zinkt als een steen. En Eindlijk
Komt hij in Oud-Stavoren neer.
Want, ja, wat die goede Schokkers
In hun eenvoud steeds hebben beweerd,
Dat is waar: de verdronken koopstad
Bestaat nog ongedeerd.
Haar muren zijn nog stevig;
Haar torens zijn nog hoog;
Slechts is er…
DE FRIESCHE POËET IV
poëzie
2.4 met 12 stemmen
2.421 IV
Hoelang de gezonken poëet wel
Bewustloos gelegen heeft,
Dat zou ik niet kunnen zeggen.
Genoeg, — de man herleeft.
Hij heft de gevoelvolle blikken,
Maar twijfelt schier aan hun trouw;
Vlak toch tegenover zich ziet hij
Een wonderschone vrouw.
Haar gitzwarte lokken golven
Langs een voorhoofd van elpenbeen
Over leliewitte schouders…
DE FRIESCHE POËET V
poëzie
2.8 met 20 stemmen
2.547 V
De dichter begrijpt er niets van;
Maar eindelijk waagt hij het toch
De vreemde schoone te vragen:
"Waar ben ik?" en "leef ik nog?"
En als kristal klinkt haar antwoord:
"Mijn lieve landgenoot,
Gij zit hier in Oud-Staavren,
En ge zijt volstrekt niet dood.
Gelukkig voor u bewoon ik
Hier een waterdicht lokaal,
Waar ik versche lucht…
DE FRIESCHE POËET VI
poëzie
3.1 met 15 stemmen
3.044 VI
"Vergeef mij," huivert de dichter,
"'t Is onbescheiden misschien,
Maar mag ik ook vragen, wat dame
de eer heb vóór mij te zien?" -
En de schoone glimlacht: "Wel zeker!
- maar eet ondertusschen voort, -
Ik ben dat weeuwtje van Staavren,
Daar ge mooglijk wel van hebt gehoord;
Die een lading Dantziger tarwe
Aan stuurboord in…
Frits en Kee
poëzie
4.0 met 40 stemmen
6.560 Moderne ballade
Zij heette Kee. Hij schreef zich Frits.
Zij zag wat scheel. Hij liep mank.
Een englenpaar. Maar zij erg bits,
En hij verschriklijk aan de drank.
Zo woonden ze in een lekke schuit,
Als twee marmotjes in hun hol.
Geregeld schold zij hem de huid
En dronk hij zich met bitter vol.
De tijd vliegt snel, vooral wanneer
De liefde…
Wie ziet daar op die vieze bank
poëzie
3.1 met 15 stemmen
6.462 Wie zit daar op die vieze bank
In het hoekje van die vunze kroeg
En drinkt er zijn borrels uit en de na
En drinkt er toch - lijkt het wel - nooit genoeg?
Zijn hoed ziet rood - maar roder nog ziet
De punt van zijn neus, de kraag van zijn rok
Glimt smerig, - doch smeriger glans nog glimt
Zijn ogen uit bij iedere slok.
Niet altijd zag die hoed…
LIEFDEWRAAK
poëzie
3.7 met 19 stemmen
8.604 'Ha! weet ge 't niet, wat kanker woedt
In 't lang miskende hart,
Als liefde 't vuur der wraak ontsteekt,
En misdaad groeit uit smart?'
Zo zong weleer de droeve luit
Van wijlen Van der Vliet.
- Wie, die wat doet aan belletrie,
Kent zijn gedichten niet? -
En, o, zijn luit had wel gelijk,
Er is geen twijfel aan:
Als 's jonglings liefde…
Wel menigmaal zei de melkboer
poëzie
4.2 met 24 stemmen
8.150 Wel menigmaal zei de melkboer
des morgens tot haar meid:
'De stoep is weer nat'. Och, hij wist niet,
dat er 's nachts op die stoep was geschreid.
Nu, dat hij en de meid het niet wisten,
dat was minder; - maar dat ZIJ
er hoegenaamd niets van vermoedde.
Dat was wel hard voor mij.…
Romance
poëzie
3.4 met 18 stemmen
9.888 Ik min u teer, o lief, o aanvallig wezen!
Vond naar mijn hart bij U ook wedermin!
Dan was de wond daarbinnen dra genezen:
Nu bloed ik dood, om U, mijn zielsvriendin!
En evenwel, ik wil daarom niet treuren:
Voor u te sterven, engel, is zo zoet!
Zo gij slechts nu en dan mij op woudt beuren
Met énen blik, wanneer ik u ontmoet.
Eén blik van…
Als heel de wereld biefstuk was
poëzie
3.3 met 33 stemmen
8.897 Als heel de wereld biefstuk was
En louter stroop de zee
En enkel Engels schoenensmeer
Vulde elke beek en ieder meer
Waar lest ge uw dorst dan mee?
Dit is genoeg voor een oud man om zich het hoofd
te krabben tot hij zich zeer dee.
Als heel de wereld biefstuk was
En ieder boom een worst
En elke beek en ieder meer
Was boordevol van schoenensmeer…
Toen Knaap mij de laatste maal knipte
poëzie
4.6 met 16 stemmen
7.358 Toen KNAAP mij de laatste maal knipte,
Was hij aangedaan onder zijn werk.
'Wat wordt u al grijs!' sprak hij somber,
'Ik vrees, u studeert te sterk.'
En JONGMANS, toen hij mij gistren
De maat voor een pantalon nam,
Keek van mijn magerheid zó op,
Dat ik dacht, dat hem iets overkwam.
Vater MULLER ontzei me zijn tafel.
Ze verliep anders…