Morgen kom ik thuis
van mijn kookworkshop
vijf dagen gestreeld,
gezoend en gevreeën
tot aan de hemelpoort
ik voelde me vrouw,
zoals het hoort
het is zonneklaar, ik moet naar huis
naar de stille opdrachten thuis
poetsen, de afwas, het bed opmaken
ach, soms is het leven wonderlijk raar
nu kan ik er weer een jaartje tegen
ik zal hem thuis…
dat bier gooi ik door de gootsteen
als de mooiste klanken breken
muggen worden vast geen bijen
hoe hard ze ook zoemen boven
die waterton die leeg druppelt
in een uitgewoonde greppel
de bomen vouwen hun armen
wortelen in `t kolkend stilstaan
als het vacuüm dat voorafgaat
aan de drang van een dancehall
gelede pootjes wachten…
Mijn liefde heeft jou gevonden
dichterbij dan wij dromen durfden
en wat ik met overtuiging doe
binnen een veelheid aan (on)mogelijkheden
omdat ik van je houd
wat jou de kracht weer geeft
om nog meer van mij te houden.
Ik vind jou ongelooflijk lief
geef je kusjes en zelfs in gedachten
streel ik je en blijf naar je kijken
met een brede smile…
alles heb ik gezegd
maar niks was genoeg
al kwam ’t uit m’n tenen
de beloftes
welke ik zou verdragen
ik durfde niet te kijken
hoe de tijd verstreek
in draaiend verlangen
woorden zonken
in brak water
klonken mat
door de afstand
tussen wensen
onze mooie momenten
bewaarde gesprekken
maken mij nu boos
omdat ik wil
dat jij ook voelt…
Hij liep naast je, maar jij zag niets.
Niet zijn ogen, niet zijn stilte,
niets wat hij brak met elke adem.
Hij sprak, maar zijn woorden vielen
tegen, op de grond
als hopeloze scherven.
Hij is er niet meer, niet
in jouw wereld, niet
in die van ons.
Hij is verdwenen, uitgewist,
vergeten
voordat hij schreeuwen kon.
Hij is weg,…
Onder duistere stenen
en verstampte gronden
verzand in de wereldse chaos
ligt naast elk vuur als een schaap
een bestormd brein op het nadir
in een dalende lijn
Van bemoste rotsen
tot sterrenbeelden
verstrengelt al
als luidruchtig alomvattend
het wrange verplichte donker
welk na dagdromerijen
gekromde lijnen
nooit vergaan kan
maar…
Binnen handbereik is de teruggedraaide fantasie
dat wij sterven, en zij dwaalt
door dromen
maar wij raken de weg niet kwijt
in ‘de profundis’
ondanks de pech van de overwonnenen
tot in de verloren hel
doelloos stilstaan en zijn is nu
ons leven
doelloos leven voor de geopende
muren
was deze leugen vandaag ook
onherroepelijk?
luide wortels…