Franciscus heeft, om U te ontmoeten,
Alles wat schittert afgedaan
Aan hals en hand, voorhoofd en voeten;
Want schamel wilde hij tot U gaan.
Maar niemand hebt Gij zó ontvangen,
O liefde, en als de dag begon,
Waart gij het, die zijn zuiv're zangen
Deed jubelen van zuster zon.
En moet ik óók zo tot U komen,
Afleggend waar mijn ziel mee speelt…
Constantijntje, ’t zalig kijntje
Cherubijntje, van om hoog,
D’ijdelheden, hier beneden,
Uitlacht met een lodderoog.
Moeder, zeit hij, waarom schreit gij?
Waarom greit gij, op mijn lijk?
Boven leef ik, boven zweef ik,
Engeltje van ’t hemelrijk:
En ik blink’ er, en ik drink er
’t Geen de schenker alles goeds
Schenkt de…