op spitsen van tenen
over het smalste koord
balanceren wij
voetje voor voetje
omzichtig
tussen schrikkels
dodelijk scherp
levensbedreigend
aandacht gefocust
op eigen behoud
alleen dat
onverbiddelijk en totaal…
een gehavende maaltijd aan onterechte monden besteed,
als altijd tijdelijk
met het karakter van volharden
werkelijk, vraagt iemand zich af, ditmaal ontstervend tegen de gewoonte in,
zonder ook daarmee in routine te vervallen, zoals een stoel ter hoogte van
een tafel biedt dit perspectief op een onvolledig samenzijn. Ontwart zich hier
een Vitruviaanse…
er ligt een tegenworp op straat
zieltogend en
niemand die iets opraapt
er is aanwezigheid van opspraak
bij allen
die op spitsroeden lopen
er bleek een ontmoeting geregeld
bij leven dat valt of staat
met tastbare vullingsgraad
die we wederkerig
zonder naschrift ontleden
in menselijke maat
om te helen wat
als evenknie ondeelbaar…
mooi klein mens
al je vleugels gebroken
door welke spitsroeden niet
heb je je weg moeten lopen?
ik stuur je de warmte van
wel honderden zonnen
maar wie heelt wat stuk is
en de pijn van je wonden?
wie noemt je naam nog
zonder te voelen
‘ik bood je geen schuilplaats
om je te hoeden’
je verschijning ontweken
je stem genegeerd…
Laat luchten wolken zijn
in stille bossen zonder spitsroeden,
tussen dunne bomen
op paden zonder angstige hoede.
Laat lichten dwalen
over arme heidevelden,
in schaduw van jeneverbes
zonder dronkaards en helden.
Op eigen erven
van verpande levens in verhulling,
op vreemde bodem
van dromen zonder vervulling.…
kielzog
een straatlantaarn omgebouwd van gas
verlicht mijn schilderswijk alsof het was
en zou moeten zijn zoals de toekomst
die vreemdelingen toeliet in "mijn wijk"
wij konden er toen heel goed mee samengaan
en verder geen gezeik , geen blaam
nu geen stoeltjes meer voor de houten huisdeur
nu geen paardjes meer door de lange gang
het is spitsroeden…
Zij die dood zijn en die gauw moeten,
Schijnen elkaar vooruit te ontmoeten;
In 't laatst van hun leven hebben zij dromen
Waarin reeds gestorven binnenkomen
En rustig met hen zitten te praten
En zeggen: ‘Je moet het leven laten
Glijden, dan gaat het haast vanzelve...’
Maar die nog leven plotseling haten
Hen, die zo gemakkelijk praten…
"studiebol" en "varkenskop"
Eenzaam huilend sjokt zij weg door de lange laan
Thuis wacht Lieve Mama met koekjes en thee
Haar Mama vertelt zij heel 't verhaal
Mama leeft intens met haar mee
Laat haar uithuilen wedermaal
Dag in dag uit hetzelfde ritueel
Bang voor buiten en school wordt zij
Scheld- en pestpartijen zijn haar deel
Spitsroeden…