Laat hem, die in gunst staat bij zijn ster
Van publieke eer, trots met titels pronkt,
Wijl ik, wiens fortuin van zo’n triomf verspert,
Onverwacht vreugd vind in wat mij meest lonkt.
Prinsenvoorkeuren die hun blad laven
Zoals de goudsbloem in het oog der zon,
En in henzelf - hun trots begraven,
In hun glorie sterven zij bij een frons.
Krijger…
Ikzelf ben onverschillig eerlijk,
maar toch zou ik mij kunnen beschuldigen van zulke dingen
dat het beter was geweest als mijn moeder mij niet had gebaard:
ik ben zeer trots, wraakzuchtig, ambitieus,
met meer wandaden op mijn wenken
dan ik ideeën heb om ze in te verwerken,
verbeelding om ze vorm te geven,
of tijd om ze uit te voeren.…