1637 resultaten.
de zee geeft, de zee neemt
netgedicht
4.0 met 8 stemmen
758 ik struikel over dichters op het strand
ze zijn in drommen naar de zee gekomen
hun adoratie doet het water stomen
de blik naar boven, pen reeds in de hand
ze schrijven over sporen in het zand
die weer verdwijnen bij het overstromen
ik hoor ze over wolkenluchten bomen
hun Lourdes is de zilte waterkant
dan wordt het Nereus eindelijk te veel…
WACHT WAT
poëzie
2.0 met 32 stemmen
3.131 Is mij een vodderij gevallen uit de pen,
(Weet, lezer, dat ik al mijn vodden daar voor ken)
Ik sluit ze van mij af en laat ze liggen rotten:
Lang, lang na haar geboort onthaal ik ze de motten,
En val der met de keur van een vers oog op aan.
Gevalt mij 't kind dan nog zo 't eertijds heeft gedaan,
zo houd ik 't voor zo schoon als ik er een…
WEET GIJ WAAR DE WIND GEBOREN IS
poëzie
2.8 met 20 stemmen
3.009 Numquid nosti semitas nubium?*
Weet gij waar de wind geboren,
waar de dauw geboren is?
Weet gij kunstig op te sporen
wat hierbij, hierboven is?
Weet gij wat de sterren zijn, en
wat de zon, de mane? Wat
in de bergen, in de mijnen
ligt, en in de zee bevat?
Weet gij iets klaar uit te leggen
van al ‘t geen men u vragen kan?
Antwoordt dan en…
Road trip
netgedicht
3.1 met 20 stemmen
1.587 Het is de weg die tot mij spreekt,
in monotonie van witgestreepte morse
trekt hij banen in mijn hoofd
als eigen stem door velden galmt.
Van dat alles herhaling is zonder einde.
Reizen zonder bestemming.
Bewegen zonder doel.
We draaien de klok op
maar missen de sleutel…
Facto
netgedicht
4.3 met 18 stemmen
3.307 Poëzie is altijd onvolledig,
taal die nooit de waarheid vangt.
De ziel geminimaliseerd tot woorden.
De dunne koorden waaraan de dichter hangt.…
generaties
netgedicht
2.6 met 10 stemmen
921 vijf tijgers en een hellebaard
zijn keizerlijk gekroond
literaire schuinsmarcheerders
zagen zich verschoond
van alle talen taken
regelgeving en ook regels
enzo meer was lappen aan
de laarzen die marcheerden
door wat zinnen punten komma's
tot kabouter provocaties
liever lieverdjes gaan pesten
en de tijger hellebaarden
likten…
de dichter
netgedicht
1.9 met 7 stemmen
749 ach mensen help hem uit de brand
laat hem niet suffen achter het papier
maar hou de dichter wakker
waardeer zijn werk met uwe hand
’t is maar een arme stakker
hij slooft en sloebert door de taal
soms hoogverheven
dan weer heel banaal
reikt hij u eerst nog hoge idealen aan
de keer daarop
verkeert hij weer in diepe dalen
hij kon niet dieper…
DIE AVOND EN DIE ROZE
poëzie
4.2 met 43 stemmen
6.588 ‘k Heb menig uur bij u
gesleten en genoten,
en nooit en heeft een uur met u
me een enkle stond verdroten.
‘k Heb menig menig blom voor u
gelezen en geschonken,
en, lijk een bie, met u, met u,
er honing uit gedronken;
maar nooit een uur zo lief met u,
zo lang zij duren koste,
maar nooit een uur zo droef om u,
wanneer ik scheiden moste,
als…
Aan J.J.L. ten Kate
poëzie
3.9 met 13 stemmen
3.122 Ten Kate! Ten Kate!
O koning der cantate!
Die hupp'lend in het priesterkleed,
Den lusthof onzer taal betreedt,
De schoonste bloemen plukkend, menglend,
Met bonten zwier ze strikkend, strenglend,
Verenglend 's levens duistre sfeer,
Ons minzaam dichtend naar de Heer!
O, J.J.L. ten Kate,
Wie zou u kunnen haten?
Ten Kate! Ten Kate…
silhouet
netgedicht
3.6 met 50 stemmen
4.881 Ik leg mijzelf in vaste vormen
mijn handen en mijn kloppend hart
verstilt mijn benen en mijn armen
mijn handen en mijn kloppend hart
het ritme doet mij slechts verwarmen
met tussenpozen soms verward
leg ik mijzelf in vaste vormen
mijn handen en mijn kloppend hart…
Aan de sonnetten II (1879)
poëzie
4.0 met 22 stemmen
2.568 Sonnetten! nu der mensen oog zal staren
Op u, en elk zal vonnis wijzen mogen,
Die denkt, nu bigglen tranen uit mijn oogen,
Die, in de toekomst, lof en schimp ontwaren.
Daar zijn er, die als schoonheid niet gedogen,
Wat zich als groots hun niet wil openbaren, -
En wijken zie ik reeds, in brede scharen,
Wie 't schone in 't kleine alleen houdt…
DE FRIESCHE POËET VI
poëzie
3.1 met 14 stemmen
2.846 VI
"Vergeef mij," huivert de dichter,
"'t Is onbescheiden misschien,
Maar mag ik ook vragen, wat dame
de eer heb vóór mij te zien?" -
En de schoone glimlacht: "Wel zeker!
- maar eet ondertusschen voort, -
Ik ben dat weeuwtje van Staavren,
Daar ge mooglijk wel van hebt gehoord;
Die een lading Dantziger tarwe
Aan stuurboord in…
DE FRIESCHE POËET V
poëzie
2.9 met 19 stemmen
2.351 V
De dichter begrijpt er niets van;
Maar eindelijk waagt hij het toch
De vreemde schoone te vragen:
"Waar ben ik?" en "leef ik nog?"
En als kristal klinkt haar antwoord:
"Mijn lieve landgenoot,
Gij zit hier in Oud-Staavren,
En ge zijt volstrekt niet dood.
Gelukkig voor u bewoon ik
Hier een waterdicht lokaal,
Waar ik versche lucht…
DE FRIESCHE POËET IV
poëzie
2.5 met 11 stemmen
2.255 IV
Hoelang de gezonken poëet wel
Bewustloos gelegen heeft,
Dat zou ik niet kunnen zeggen.
Genoeg, — de man herleeft.
Hij heft de gevoelvolle blikken,
Maar twijfelt schier aan hun trouw;
Vlak toch tegenover zich ziet hij
Een wonderschone vrouw.
Haar gitzwarte lokken golven
Langs een voorhoofd van elpenbeen
Over leliewitte schouders…
DE FRIESCHE POËET III
poëzie
4.1 met 10 stemmen
2.372 III
De dichter is verdwenen
In de diepte van 't dansende meer.
Hij zinkt als een steen. En Eindlijk
Komt hij in Oud-Stavoren neer.
Want, ja, wat die goede Schokkers
In hun eenvoud steeds hebben beweerd,
Dat is waar: de verdronken koopstad
Bestaat nog ongedeerd.
Haar muren zijn nog stevig;
Haar torens zijn nog hoog;
Slechts is er…
De Friesche poëet II
poëzie
3.4 met 7 stemmen
2.370 II
In overoude tijden,
Toen men nog geen stoomboten had,
Lag er halfweg tusschen Enkhuizen
En Staavren een bloeiende stad.
Haar koene schippers brachten
Haar schatten van heinde en veer,
En onder haar kooplui telde
Zij meer dan één millionair.
Maar — wat ziet men gebeuren -
't Geld maakte haar kooplieden grootsch.
Toen streken de elementen…
Aan de sonnetten (I)
poëzie
3.7 met 14 stemmen
2.571 Klinkt helder op, gebeeldhouwde sonnetten,
Gij, kindren van de rustige gedachte!
De ware vrijheid luistert naar de wetten:
Hij stelt de wet, die úwe wetten achtte:
Naar eigen hand de vrije taal te zetten,
Is eedle kunst, geen grens, die haar ontkrachtte;
Beperking moet vernuft en vinding wetten;
Tot heersen is, wie zich beheerst, bij machte…