Gelijk de leegte die in nevels voor mijn ogen hangt
en mijn verharde hart beroert dat mateloos verlangt
naar wilde weidebloemen, het bepluimde oeverriet.
Dat keienpaadje naar de witte woning aan het spoor
-waar wilde wingerd zich had vastgebeten rond de eik-
is weggevaagd.…
voorlopig getreuzel
verdoven de pijn van het eenzaam
oorverdovend langzaam ontwaken
uit een zekerheid dat wellicht verlaten
van ooit tedere warmte niet anders kan,
verandering en het haast vaste weten
dat duidelijk in mij weerklinkt
ga beginnen met beminnen
wat ik als landschap heb geschilderd
mezelf en elk ander oneindig verbonden,
weidebloemen…
O Cardamine pratensis
wat heb je een klankrijke naam
maar treffender nog spreekt jouw lila
waar je groeit, geeft die strofe jou faam
O Pasen-en-Pinksteren-plantje
wat…
geschonkene betoont zich
groots nietig of ingetogen
soms geweldig indrukwekkend
is door de Hemelse Vader gemaakt
met gelijke aandacht en toewijding
als Hij de dieren het leven gaf
olifant kever vlinder walvis
zij werden alle geschapen
met dezelfde liefde
voor een ander doel eigen bestemming
sterke woudreuzen lage struiken
tere weidebloemen…
De weidebloemen met
hun heerlijke geur
spelen een wedstrijdje:
Wie heeft de mooiste kleur?
Het koren deint heel zachtjes
mee met de wind.
Dat weggetje, daar bij de sloot,
lijkt net een kronkelend lint.
De bomen staan roerloos
bij het rimpelloze water.
In het riet een paar eenden
met hun luid gesnater.…
Gevoelloos als kwade dampen
stroomt water troebel in beken
langst weidebloemen in de natuur,
alles deelt dezelfde kostbare vieze lucht.
Hoe kunnen wij het land verkopen,
vergeten waar wij vandaan komen
in plaats van uit te rusten?
De prikkeling van het water missen
het sprankelen van de teruggetrokken bron..…
en beleef met haar de heerlijkste nachten
ze laat kinderen blij huppelen
ontlok aan mij de meest romantische gedachten
ze ontsluit ons hart neemt al haar sleutels mee
ze heeft allen een nummer gegeven
echt het zijn te veel om op te noemen
soms is hij gevormd in F of in een G
de klankkleuren wuiven dwarrelen voorbij
als die van zomerse weidebloemen…
Brekend krakend bliksemde
braakte de zomerdag zijn zwartste donker
maalde druppels over breed bladergroen
en een wit, pas ontloken weidebloem
met haar hartje geel zo kwetsbaar open.
De waterroede zweepte hare blaadjes
en de tere kelk waarin zware druppels elk
- vastgeprikte briljanten -
stil wegvloeiden. Een te zware traan.…