Hoe dáns de lente, schaamteloos,
terwijl jouw handen—
kleine handen—verstild
in gebaar van eeuwig geven.
Wat is eeuwigheid? Een bloem
die wij plukken om haar sterven.
Jouw lentelucht stinkt naar onze angst,
naar aarde die zich sluit.
Geen afscheid. Een aanklacht:
waarom droeg je zoveel licht
in deze wereld van stenen?
Jouw open…
Wie ben ik, als de wind mij niet meer noemt,
als ’t werk verstilt en ’t oog mij niet meer mint?
Een bloemeke, dat geuren kan alleen
in ’t donker, waar geen mens haar naam herkent.
De zin? Hij drupt als dauw op ’t morgenblad,
geschonken door een hand die ik niet zie.
De tijd bepaalt waar ’t zaadje vallen zal –
ik buig, en voel wat hij mij fluistrend…
Zon & Kou
De zon liegt goud
in uw zweet-hand.
Gods cadeau? Houd!
’t Is zand, verdwaald.
Ze maakt u lui,
het zweet brandt nat.
De kou kraakt stil,
legt leed bloot, kil.
Geen droom, geen list,
sneeuw bijt, en is.
Soms sjokt een gek
tegen de stroom,
zijn lach: een streep
in ’t witte doom.…