Rouw in de polders
De polders in de mist
In grauwe mist die als een rouwkleed drukt
op polders waar ik jou voor ’t laatst heb gezien,
staat nog die wilgeboom, gebogen, gebroken,
zijn takken schreien om wat nooit meer zal zijn.
Hier liep ik met je, hand in hand, zo dicht,
door gras dat toen nog warm was van ons lachen,
nu bijt de kou tot in het merg van ’t bot,
en elk blad draagt een traan die niet kan vallen.
De reiger staart naar ’t water, dood en stil,
geen spiegel meer van ogen die mij aankeken,
geen stem die fluistert “blijf”, geen adem meer,
alleen de leegte die mijn borst verscheurt.
Ik voel je afwezigheid als mes in vlees,
een wond die openblijft in deze kille vlakte,
de jaren vallen als verdorde blaren neer,
en ’t hart dat klopte bloedt nu leeg en zwart.
Toch brandt er nog een vlam, zo fel en pijnlijk,
een schreeuw die sterft in mist en nooit meer klinkt,
ik was hier, ik hield van jou tot in de dood,
en draag je mee in elke traan die valt.
... Het gedicht wil de lezer niet troosten, maar laten voelen hoe verlies een landschap kan worden waarin je voorgoed verdwaalt, en hoe herinnering zowel foltering als laatste houvast is. ...
Schrijver: bart devoldere21 januari 2026
Geplaatst in de categorie: overlijden

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!