De nacht komt niet vanzelf meer.
Ik moet haar lokken
met kleine, witte leugens
die smelten op mijn tong.
Dus slik ik zwijgend in.
Witte rondjes die beloven
dat ik even niets hoef te voelen.
Ze houden woord —
iets wat mensen zelden doen.
Ik lig weer klaar
voor het gevecht dat niemand ziet,
het gevecht dat ik altijd verlies.
Daarom laat…
Jij bent volmaakt, een ongenaakbaar beeld,
ik ben het stof dat uit handen wegleest.
Jouw ogen gloeien, als sterren die nooit doven,
ik ben de schaduw, verdwaald in gescheurde kloven.
Jij staat zo recht, een zuil van tijd en steen,
ik struikel, gebroken, en blijf echter alleen.
Jouw stem is muziek, die de stilte verdringt,
de mijne valt stil…
Ik bijt mijn nagels tot op het bot,
tot het vlees zwelt
en de bloedlijn zich toont.
Niet uit angst, niet uit drift,
maar uit een onstilbaar verlangen
dat niets kan stillen.
Elke beet een echo van verloren tijd,
elke splinter een herinnering
aan woorden die nooit klonken,
aan liefde die ik altijd miste.
Mijn vingers bloeden,
maar de pijn…
Sommige mensen voelen licht,
alsof hun hart een raam is
dat rustig openstaat.
Ik voel altijd te intens,
alsof elke aanraking van jou
al een afscheid voorspelt.
Jij noemt het nabijheid,
ik hoor alleen het kraken
van een brug die ooit zal breken.
Hechting vraagt een tol
die ik al duizend keer betaalde:
nachtrust, waardigheid,
delen van…