Merel
Ik zit aan het ontbijt,
Kijk wat duf naar buiten.
Plots valt er een steen
Uit de hemel naar beneê.
De steen valt plompverloren
In één van die mooie struiken,
Die met kleine paarse ballen.
Dit jaar zijn die mooie besjes
Er voor de eerste maal,
Want de merels vraten
De struik niet helemaal kaal.
Want de merels
Waren dit jaar allemaal weg,
Een virus had ze geveld,
Zo’n verdrietige domme pech.
De steen bleek geen steen,
Want deed zich te goed
Met het eten van de paarse bessen,
Dat is toch niet,
Jawel ik zag het echt wel goed:
Een merel, neergestreken in de struik.
Hopelijk is dit weer
Het begin van ochtendzang,
Waarnaar ik al zolang
Weemoedig verlang.
Ik verheug me op dit weerzien
Het weer ontwaken
Met gezang van de merels
Flirtend op de daken.
Geplaatst in de categorie: dieren

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!