Toen de Storm Gingen Liggen
We waren dertien, deelden dagen, nachten en de tijd,
In het jaar dat de wereld stilstond, raakten wij elkaar niet kwijt.
Uren aan de telefoon, lachen om de kleinste dingen,
Jij was mijn veilige haven, vol met mooie herinneringen.
Toen kwam de breuk, de pijn van een verloren liefde in mijn hart,
Ik was er nog niet overheen, mijn wereld was nog zwart.
Een half jaar later viel de klap, het voelde als een koud verraad,
Jij koos voor hem, en plotseling veranderde mijn liefde in haat.
Alles leek nep, alsof onze vriendschap een leugen was geweest,
Ik smeet de deur dicht, zocht de schuld bij jou het allermeest.
Ik wiste je uit mijn dagen, we spraken nooit meer één woord,
De vriendschap die onbreekbaar leek, werd in één klap vermoord.
Nu zijn we zes jaar verder, de scherpe randjes zijn eraf,
Ik ben negentien, en snap de keuzes die de puberteit ons gaf.
Ik zag je lopen, tweemaal van verre, in ons eigen kleine dorp,
En plotseling voelde ik de muren die ik destijds opwierp.
De woede is vervlogen, de trots is nu voorbij,
Ik mis de Sterre die er altijd was voor mij.
Zijn we nu volwassen genoeg voor een nieuw begin?
Of heeft het zoeken naar het verleden geen enkele zin?
Geplaatst in de categorie: vriendschap

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!