Vaderlijke wens
Ik vraag mij wel eens af,
Komt eerst de wens
En daarna de gedachte,
Of is ’t omgekeerd?
Het gezegde luidt:
‘De wens is de vader van de gedachte’,
Al zou dat impliceren,
Dat de wens voorloopt op de gedachte,
Weet ik het nog zo zeker niet,
Ik blijf er over tobben,
Lood om oud ijzer is ’t niet,
Kom er niet uit, ’t kan vriezen of dooien.
Daar zit ik nu dus mee,
Ik kan er zelfs niet meer van slapen,
Het schiet heen en weer,
Ik lig er bijkans door op apegapen.
Eén ding weet ik wel heel zeker,
Míjn vader weet van niets,
Die weet van de prins geen kwaad,
En de prins, geeft niet thuis.
Geplaatst in de categorie: moraal

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!